19-11-2014 – Kathmandu in honderd uur (is wel wat weinig)

Vier dagen geleden zijn we hier aangekomen. Wat we hoopten is inder- daad uitgekomen: naarmate wij de binnenstad naderden werd de lucht- vervuiling een stukje minder. Door drukke en heel smalle straatjes wisten wij fietsend het hotel te bereiken en waren verrast om in deze drukte de mooie tuin te vinden, waar wij vandaag onze fietsen hebben ingepakt.


 


Morgen is het moment daar, dat wij naar Nederland terugkeren. Vroeg in de ochtend staat de auto van het hotel klaar om ons naar het vliegveld te brengen. De tijd is omgevlogen en we kunnen nog steeds niet aan het idee wennen, dat wij zestien maanden geleden vanuit Puttershoek vertrokken zijn.

Kathmandu is geen mooie stad, ze is af en toe goed vuil, maar heeft wel een aantal bezienswaardigheden, die wij nog niet allemaal hebben gezien. Wel zijn we inmiddels van mening, dat je vanaf het vliegveld beter naar het rustige en mooie Bhaktapur (op maar tien kilometer afstand) kunt gaan, om daarvan uit op je gemak Kathmandu te bezoeken. Maar ook hier hebben wij ons niet verveeld. Wel was het jammer, dat de zon zo goed als geheel achter een grijze hemel verbleef.


 

 

 


 

Daarna de vele tempels en pagodes, die veelvuldig door mensen met een bezoek vereerd worden, gewoon om even wat aan te raken, wat achter te laten, wat te offeren.


 

 

 

 


Maar om dit alles te zien hoef je echt niet een religieus complex binnen te lopen. Waar je ook komt, er is van alles in dat kader te zien.


 

 

 


Het straatbeeld vertoont vaak ook zijn interessante kanten. Een coffee shop die al een tijdje dicht is omdat de school achter de loopbrug al een tijdje gesloten is. Een werkterrein waar het krioelt van de mensen. Het pottenbakkersplein, enzovoort.


 

 

 

 



Maar vaak zijn mensen het mooist. Een paar schoolmeisjes op te grote schoenen en met gaten in kun kousen.

Daaronder een tafereel, dat eigenlijk uit drie afzonderlijke plaatjes is samengesteld: de pubers, de vrouw met de honden en een paar brug- piepers.

Twee kleurrijke Tibetaanse oudjes, iemand anders …. het maakt niet uit, het is puur genieten!


 


 

 





routelink                          http://goo.gl/maps/AxT5l

standplaats                      Kathmandu

route kilometers                  0                            totaal                   9558

extra kilometers                13                            totaal                   1231

hoogtemeters                     0                            totaal                  55224



15-11-2014 – mooi Bhaktapur en omgeving in vogelvlucht

We zitten nu op de fiets richting Kathmandu, de hoofdstad van Nepal, die maar zeventien kilometer verderop ligt. Naarmate we dichterbij komen, wordt het verkeer drukker, de lucht vervuilder en is de serenerust, die wij vanochtend hadden toen wij deze achterafweg namen, nu volledig ver- dwenen. We hopen, dat als we in de binnenstad zijn aangekomen, deze dezelfde rust uitstraalt als Bhaktapur, dat wij vanochtend hebben verlaten.

Het gehele centrum van Bhaktapur is werelderfgoed en dat mag het in onze ogen ook zeker zijn. Vanaf het moment dat wij daar aankwamen, hebben wij ons absoluut niet verveeld, sterker nog, we zijn tijd tekort gekomen om alles te zien wat deze eeuwenoude hoofdstad van een van de vroegere aparte staten van Nepal te bieden heeft. Het koninklijk paleis, oude tempels en pagodes domineren de binnenstad.





 


Voor de bouw van de huizen zijn stenen gebruikt, waarvan de klei uit de omgeving komt, een pikzwarte substantie die ook door de pottenbakkers wordt gebruikt. De huizen kenmerken zich door het vele gebruik van hout voor de mooie raampartijen. De straatjes zijn heel smal om ’s-zomers verkoeling te geven, maar sommige ruiken heel muf omdat de zon daar helemaal niet kan komen. Algen kleven daar aan de muren en geven de straat een glibberige oppervlak.





 



Nu staat alles in dienst van het verder drogen en wannen van de rijst. De velden en terrassen zijn grotendeels weer voor het nieuwe seizoen klaar gemaakt. Op elk vrij stukje in de stad ligt rijst. Zelfs het pottenbakker- splein heeft ruimte voor het drogen moeten inleveren.


 





Hindoeïstische en Boeddhistische tempels staan kris kras door de stad door elkaar en hebben elk vrij plekje opgevuld wat ze maar konden vinden.






Sommige van die tempels worden niet goed schoon gehouden, maar dat levert soms best wel mooie plaatjes op.




 

Een blinde bedelaar heeft bij een tempel een vast plekje maar het lijkt, dat hij stiekem wel oog voor vrouwelijk schoon heeft.

 



Ook mensen eisen onze aandacht op. Bij het zien van een Chinese foto- graaf moesten wij terugdenken aan de eerste les die wij in Tibet kregen: “Van Tibetanen mag je foto’s maken, maar van Chinezen absoluut niet”. Andersom mag het dus wel en dat laat deze man zich ook in Nepal niet ontgaan. Enige vorm van bescheidenheid is hem, zoals veel van zijn landgenoten, blijkbaar volledig vreemd..








De omgeving is mooi. Venijnige heuvels hebben hier en daar wat plaats vrijgemaakt voor kleine valleien, waarop je altijd wel mensen aan het werk ziet. Bij helder weer laat de Himalaya zich zien en geeft de omgeving een wat idyllisch tintje.


 






Op eerdere foto’s is het al te zien geweest. Bloemen en struiken bloeien hier mooi en worden goed door de mensen verzorgd, die er ook niet voor terug  deinzen om een leegstaande verdieping van het huis als tuin in te richten.

 





Als aan het eind van de middag de zon zich achter de horizon laat zakken, kun je goed zien waarom men de bergrug achter de stad "De Liggende Boeddha" noemt.



Kortom, het was puur genieten en zijn nu heel benieuwd hoe Kathmandu op ons over zal komen, de stad die onze eindbestemming is en vanwaar we volgens plan met het vliegtuig via Istanbul naar Zestienhoven  zullen vertrekken.

 

routelink                          http://goo.gl/maps/AxT5l

standplaats                      Kathmandu

route kilometers                 17                            totaal                   9558

extra kilometers                 28                            totaal                   1218

hoogtemeters                   555                            totaal                 55224



09-11-2014 – met voldoende Roepies op zak naar Bhaktapur

Al vanaf de grens met Tibet hadden we een probleem, het was weliswaar geen groot maar wel een praktisch ongemak. We hebben aan de grens geen geld gewisseld omdat wij ervan uitgingen, dat je dat aan de andere kant wel zou kunnen, gewoon op je gemak en niet tijdens het in de rij staan totdat de slagboom van de grens omhoog zou gaan.

Aan de andere kant was echter geen wisselaar òf een bank te vinden, die dat wilde. Dat werd ook door een Nepalees bevestigd, maar in Nepal zou je gewoon met Chinese Yuan kunnen betalen. Geen probleem dus, maar naarmate wij Tibet verder achter ons lieten, werd dat een stuk lastiger. De handelsgeest maakt een mens echter plooibaar: “Een paar Yuan in de knip is beter dan een kale kip” (want daarvan kan je niet plukken), maar dat werd wel steeds minder.   Wij voelden ons daarmee toch niet geheel prettig en waren heel tevreden toen wij onderweg in Khadichaur een ATM (flappentapper), tegenkwamen, die zijn hand over zijn hart streek en ons ratelend tienduizend Roepies (ongeveer tachtig Euro) liet pinnen, maar daar hield het ook mee op. We hebben het daarna nog drie keer geprobeerd, maar zonder resultaat. Wel kregen we bonnetjes uit het apparaat, waarop stond dat de transactie geweigerd was, maar dat wel vierhonderd Roepies aan transactiekosten in rekening werden gebracht. Als dat maar goed zal gaan. We zullen de afschrijvingen in de gaten houden.Het was dan ook een genot om in Dhulikhel meerdere van die apparaten te zien. De eerste de beste voldeed aan onze verwachtingen, zodat wij vandaag met een heerlijk gevoel naar Bhaktapur kunnen vertrekken, waarvan de binnenstad op de Werelderfgoed lijst staat.Gisteren hebben wij zoals voorgenomen, de fiets naar Banepa gepakt om te zien wat van die oude handelsstad was overgebleven. We ontdekten een op een heuvel liggende stad, die minder was ingeslapen en ook een stuk groter is dan Dhulikhel, maar wel dezelfde Newari uitstraling heeft.




Aan de tempel en het land daaromheen, kon je merken dat de het hier vroeger geen arme bedoening was. Het was gewoon een plaatje.

 








Vandaag treffen we het eens met het weer, het is redelijk helder en lekker warm. Omdat we vandaag niet ver hoeven te fietsen, hebben we alle tijd om de omgeving op ons in te laten werken.





En op enig moment staan wij dan aan de brug (de poort) van Bhaktapur. Rechts van ons zien we een niet al te uitnodigend bord. Iedereen moet vijftien dollar intree betalen, behalve wanneer je tot de alle Aziatische broederlanden van Nepal behoort, want die moeten maar vijf dollar intree betalen.

Waarom de Chinezen met de laatste groep zijn gelijkgesteld ontgaat ons volledig.


Maar om dat bedrag te betalen vinden wij in het geheel niet erg. Je krijgt daarvoor een toegangspas die zeven dagen geldig is, uitgeschreven op paspoortnummer. Als we de brug over zijn, ligt de stad voor ons open en die zal haar tolgeld ongetwijfeld waard zijn.




Maar voordat we de brug passeren valt ons oog nog even op een viertal motorfietsen, die daar blinkend in het zonnetje, al een redelijk tijdje tevergeefs staan te wachten op hun baasjes. Zou het in de stad echt zo betoverend mooi zijn? Het is maar goed dat wij onze vliegtickets naar huis nog niet geboekt hebben!




 
routelink                              http://goo.gl/maps/Q4mn0

standplaats                          Bhaktapur

route kilometers                     17                       totaal                   9541

extra kilometers                       8                       totaal                   1190

hoogtemeters                       279                       totaal                 54669



07-11-2014 – oude handelsplaatsen langs de zijderoute

In Dhulikhel vervelen we ons niet. Het een oude plaats langs het stukje Zijderoute, dat Nepal met Lhasa verbindt. Ook Banepa, waar we morgen nog even naartoe fietsen. om de dag daarna naar Bhaktapur is er ook een goed voorbeeld van.

Het zijn rijke steden geweest, waar de handel welig tierde. Nu is het er wat rustig en lijken ze te zijn ingedommeld. Ook van de pottenbakkerijen, waar deze streek (de Newari) om bekend staat, is in deze plaatsen weinig meer over.

We vragen ons af wat voor leven hier op straat nog te bekennen zou zijn, als het geen oogstseizoen van de rijst is. Waar de zon ook maar komt, overal zie je in het felle zonnelicht rijst te liggen drogen, dat herhaaldelijk wordt omgekeerd, gewand en ’s avonds weer wordt toegedekt, dag in dag uit.





Als we zo door het oude Dhulikhel slenteren, zien we de in de Newari-stijl gebouwde huizen, met veel houtsnijwerk, mooie raampartijen en balkons. Op de begane grond zijn de handelsruimtes vaak volledig uit hout opge- trokken, doen nog steeds dienst en weet nog van twee vrouwen de volle- dige aandacht op te eisen.






Op straat proberen mensen nog een straaltje van de laaghangende zon op te pakken en probeert een scharensliep nog wat te verdienen voordat hij volledig uit het straatbeeld verdwenen zal zijn.




Tempels zijn er in overvloed, een teken dat de stad in het verleden zeer welvarend was. Meerdere daarvan zijn best wel een kiekje waard.



 

Soms is een weg aan onderhoud toe. Dan wordt deze eerst goed schoon-geveegd, terwijl het split op een stalen plaat wordt voorverhit om daarna met teer vermengd te worden, wat af en toe tot aardige vlammen leidt. Daarna wordt dit (zogenaamde warme) asfalt met scheppen en harken over het wegdek uitgespreid.






Aan het einde van de dag, als we moe van het slenteren zijn, zien we in het dal nevel zich vormt en wordt het op deze hoogte wat helderder. We ontdekken aan de horizon wat ons eergisteren beloofd was. Helaas niet zo helder als op de plaatjes in de brochures, zien we in de verte de met sneeuw bedekte toppen van de Himalaya.




Vlak voor het donker wordt zien we nog een tweetal kauwen, die zonder proberen een rund naar huis te krijgen, maar daarin nog niet slagen.




routelink                                http://goo.gl/maps/tL4X4

standplaats                            Dhulikhel

route kilometers                       0                       totaal                   9524

extra kilometers                       0                       totaal                   1182

hoogtemeters                           0                       totaal                 54390



05-11-2014 – heel zwaar klimmen naar mooi Dhulikhel

We weten inmiddels dat het fietsen hier wat zwaarder is dan gemiddeld en wat te vergelijken is met Aziatisch Turkije, scherpe klimmen en afda- lingen en nagenoeg zonder (vals) plat. Omdat wij niet met een streef- datum of deadline te maken hebben, hebben wij ons tempo en afstand per dag daarop aan kunnen passen. We vertrekken niet al te vroeg en als we het zat zijn of een leuk plaatsje zien, dan stoppen we gewoon. Nepal is redelijk dicht bevolkt, dus een onderdak om te slapen is snel gevonden. Het nadeel daarvan is wel, dat je nagenoeg nergens (wel ongevraagd) je tentje op kan zetten.

Na een bord opgebakken rijst met een ei zijn we gisteren rustig op pad gegaan. We volgen de rivier op haar pas naar beneden. Dat zal echter afgelopen zijn als we de kloof en soms smalle vallei gaan verlaten om naar de hoogvlakte te gaan, vanwaar we een stukje later naar de vallei van Kathmandu kunnen afdalen.




Het laagste punt van onze route blijkt bij de brug in Dolalghat te liggen, aan de andere kant waarvan we een leuk uitziend hotelletje ontdekten.

We wisten dat we vandaag zouden moeten klimmen, hoeveel en hoe zwaar wisten wij toen nog niet, omdat wij bij gebrek aan internet niet op www.cycleroute.org hadden kunnen kijken. Met het vele zeulen langs de aardverschuiving van gisteren nog wat in de benen, zijn we daar lekker blijven hangen. Wifi was daar wel aanwezig, maar de verbinding met internet daarop liet daarop het helaas afweten.






Vanochtend zijn we niet al te laat vertrokken en zijn vanaf de brug al gaan klimmen. De route was mooi, met hier en daar wat spaarzame bebouwing, omdat de helling daarvoor niet veel ruimte had overgelaten.





Naarmate we hoger kwamen, kregen we af en toe door de begroeiing heen, een mooi uitzicht over de omgeving. Graag hadden wij daarvan meer gezien, maar dan hadden we geen schaduw gehad. Het was immers de schaduw, die onze rit naar boven draaglijk maakte, maar we waren er nog niet.



Globaal de laatste tien kilometers waren zwaar, niet vanwege de hoogte maar het stijgingspercentage. Na zestien kilometer waren we nog niet veel gestegen. We hebben vaker meegemaakt, dat landkaarten of Lonely Planet foutjes weergeven en stilletjes hoopten we dat het nu ook het geval was, want vandaag zouden we ruim duizend meter moeten stijgen en we hadden nog maar tien kilometer voor de boeg.

Maar Lonely Planet klopte. Toen wij halverwege de middag in Dhulikhel aankwamen, het hoogste punt op de weg naar Kathmandu, zagen wij een zanderig dorpspleintje met een guesthouse. De eigenaar had ons al naar boven zien fietsen en rustig de tijd gehad om zich op onze komst voor te bereiden. Voordat we het wisten, was de koop al gesloten (inclusief af en toe warm water, soms internet en vaak haperend stroom).

Voor ons was er echter wel een probleem. Als we horen, dat een kamer bijvoorbeeld op de derde verdieping ligt, troosten we ons met de blije gedachte, dat de begane grond hier al nummer één is en je je bagage nog maar naar de tweede etage hoeft te zeulen.

Maar nu lag onze kamer op de vijfde! Of de goede man onze gezichts- uitdrukking heeft gezien, weten we niet, maar grijpgrage handjes van twee dames (zijn dochters wellicht?) zorgden ervoor dat binnen enkele minuten alles boven stond en onze fietsen een plek op de benedenste verdieping hebben gekregen.

Toen wij even later naar buiten keken, zagen we precies waar wij vandaan gekomen waren. Als het mooi helder weer is, moeten wij de besneeuwde toppen van de Himalaya linksvoor van ons kunnen zien.


 


We hebben waarlijk enig contact met internet. Nu we eventjes op bed liggen op te drogen van onze warme douche, hebben we eerst de site www.cycleroute.org maar eens geraadpleegd om te zien, waarom het laatste stukje van vandaag wat langer geduurd had, dan wij aanvankelijk hadden gedacht.   

(oranje = 6% of meer | rood = 10% of meer).


 

routelink                            http://goo.gl/maps/tL4X4

standplaats                        Dhulikhel

route kilometers                     48                      totaal                   9524

extra kilometers                       0                      totaal                   1182

hoogtemeters                     1323                       totaal                 54390



03-11-2014 – zwoegend en zwetend langs een aardverschuiving

Bahrabise is een leuke plaats, de omgeving is mooi, het eten smaakt lekker en de mensen zijn aardig. Alles bij elkaar was dat een reden om gisteren nog een dag langer te blijven.





Op de hellingen wordt rijst verbouwd. De terrassen zijn vaak zo smal, dat dit uitsluitend met de hand kan gebeuren. Is er plek over voor een klein tukje gras, dat zie je nog wat vee. Voor het overige wordt hier geschept papier gemaakt. Vanuit een bak wordt een pulp geschept en over een grote zeef verdeeld, die daarna half rechtop te drogen wordt gezet. 




Honderden van zulke zeven staan her en der verspreid om zo goed moge- lijk de zon te kunnen pakken. Als ze droog zijn, worden de vellen daaruit gehaald en met stapels tegelijk naar de opslag gebracht, waar ze onge- twijfeld nog wel een nabewerking zullen krijgen.




Vanochtend zijn we niet lang aan het ontbijt blijven hangen. We wisten dat we de aardverschuiving voor onze kiezen zouden krijgen, maar nog niet hoe zwaar het zou zijn. Het enige wat wij wel wisten, is dat de lengte van de van de omlegging boven de aardverschuiving langs, drie kilometer is.

De rit begon alsof er niet aan de hand was. Soms zocht de rivier naast ons zijn weg naar beneden. Als we weer eens wat naar boven geklommen waren en we de rivier alleen nog maar beneden ons hoorden, konden we van de omgeving heerlijk genieten.




Maar na een kilometer of vijf was de pret afgelopen. De weg was afgezet. Aan de rechterzijde zagen wij een nieuw aangelegd kleispoor van soms nauwelijks twee meter breed en iets verderop stonden al vrachtauto’s te wachten op de mogelijkheid hun geluk te op de proef te stellen.


 



Nu lijkt twee meter best wel breed voor iemand met een fiets, maar niet in dit geval. In de klei waren door vrachtwagens twee sporen getrokken, soms zo papperig en diep, dat je voortassen klem kwamen te zitten. Het pad naar boven was zo steil, dat we vaak met z’n tweeën één fiets naar boven moesten trekken, dan snel een plekje zoeken, waar ze de vracht-wagens niet is de weg zouden staan, om vervolgens de andere fiets op te halen.

Ook daarmee is nog wel te leven, als je een van de twee sporen maar voor jezelf had, maar dat was niet zo. Het werd een zo goed mogelijk inschatten hoeveel tijd je had, voordat de volgende vrachtwagen je had ingehaald. Je moest dan op je volgende uitwijkplaats aangekomen zijn, als je die tenminste van onderaf al kon zien. Was dat laatste niet zo, dan sleepte je op goed geluk.

We gunnen iemand geen tegenslag, maar wanneer we weer eens zagen, dat een vrachtwagen zich op de helling verkeken had en vast kwam te staan, waren wij dolblij want dat betekende dat wij het heel eventjes wat rustiger aan konden doen en niet de kans liepen om door zo’n zwaar gevaarte ingehaald te worden.




Naarmate wij meer naar boven kwamen, werd de helling minder steil, waardoor de zon daar meer grip op kreeg. De zware klei was voorbij en had plaats gemaakt voor kleistof, waar je soms tot over je enkels in weg- zakte. We konden daardoor nog niet fietsen, maar een bus kon op dal vlakkere stuk wel wat vaart maken en dat dan ook met (voor hem) veel plezier.




Toen het stof wat was weggetrokken, stond hij daar, een Japanse fietser die aan ons vroeg hoeveel hij nu nog moest klimmen. Dezelfde vraag hadden wij ook aan hem willen stellen. Dat betekende, dat wij op het hoogste punt waren en het klimmen en trekken voor een ieder van ons afgelopen was en aan de afdaling toe waren.




Na twee uur naar boven slepen lag de nu afdaling voor ons. We konden zien welke verwoesting de aardverschuiving, die aan honderdvijftig men- sen het leven heeft gekost, heeft aangericht. Fietsen konden we nog niet, af en toe zakten we nog ver in het stof weg, maar we waren in elk geval aan het afdalen, iets waar we twee uur lang slepen naar hadden verlangd.





Als je dan een leuk plaatsje ziet (een smaller toelopend huis hebben wij nog nooit gezien) en je ziet een leuk guesthouse waar men belooft dat men lekker warm water heeft, dan maakt het niet meer uit dat je nog maar twaalf kilometer op de teller hebt staan. Je hebt wel je fiets in anderhalve kilometer naar tweehonderd meter hoger weten te slepen. Je fietst niet meer verder en geniet even later van een heel hygiënisch tafereeltje.





Men heeft hier alleen geen internet, wel jammer maar een dag meer of minder maakt nu toch ook niet meer zoveel uit.


routelink                             http://goo.gl/maps/ScV95

standplaats                         Khadichaur

route kilometers                     12                      totaal                   9476

extra kilometers                       0                      totaal                   1182

hoogtemeters                       257                      totaal                 53067



01-11-2014 – de enorme spooksteden van China

De afgelopen dagen zijn fantastisch geweest. De indrukken waren groot en heel intens. Terwijl we daarvan lekker aan het bijkomen zijn, komen we bij het doorbladeren van de fotootjes het afscheidsplaatje van onze groep door Tibet tegen. Het is gemaakt, toen wij net de grens met Nepal waren overgestoken.




Links van Maria staat Alvin, een jongeman van Chinese afkomst uit Sin- papore. Rechts van Guus staat Cristel, een Chinese jongedame uit Hong Kong met haar vriend Brian uit London, die al een jaar daar bij haar in woont. Voor ons was dat een heel leuk, maar vooral ook erg interessant gezelschap. Ze wonen allen in voormalige Engelse koloniën (Hong Kong was voor honderd jaar van China gehuurd), maar de verschillen tussen Singapore en Hong Kong zijn van oudsher groot.

Hong Kong was, toen de Engelsen daar waren, een toevluchtsoord voor Chinezen die een betere toekomst zochten. Dat verklaart waarom de gemiddelde inwoner daar minder welgesteld was van in bijvoorbeeld Singapore. Momenteel is het een autonoom gebied, waar China probeert nog steeds meer invloed op te krijgen.

Singapore heeft zich in 1963 van Engeland afgesplitst en zich samen-gevoegd met Maleisië. Twee jaar later verklaarde ze zich een zelfstandige stadstaat. Sedertdien wordt Singapore als economisch concern bestuurd.

Op enig moment zagen we aan de muur in een restaurantje portretjes  hangen van prominente mensen uit zowel het Russische als het Chinese machtsblok. Hoe die combinatie daar gekomen is, weten we absoluut niet (Russische prominenten in Tibet!). Zowel Cristel als Alvin wisten precies te vertellen wie de mensen aan de rechterkant (Mao, Tsjoe En-Lai …. enzovoort), maar de portretten aan de linkerzijde zeiden hen helemaal niets, terwijl het toch Karl Marx, Trotzky, Lenin en Stalin zijn. Wie die mensen waren, welke rol ze gespeeld hebben, dat hebben ze gewoon op school er daarna niet geleerd.




We zouden heel graag geweten hebben hoe Brian (de in Engeland opge- groeide vriend van Cristel) dit alles ervaart, maar dat is er jammergenoeg niet van gekomen. Maar we hadden tijdens de trip door Tibet al zo weinig tijd, dus helaas ook voor elkaar.

Ze wisten ons wel een verhaal te vertellen, waarbij “middenstanders”, keuterboertjes en anderen op een locatie worden uitgekocht vanwege projectmatige ontwikkeling van de omgeving.

Die mensen zijn opeens (voor hun doen) verschrikkelijk rijk. Menigeen doet de aller gekste dingen met hun geld, want het kan gewoon niet op. Ze worden als een bepaalde “nouveau riches” bestempeld. Anderen worden gepaaid hun geld te beleggen in het project waarvoor ze zijn uitgekocht. Ze krijgen een concessie voor een supermarkt, een hotel, het maakt niets uit.

Maar als de steden er staan, komt daar geen mens, laat staan een hond wonen. Het wordt een spookstad. Alles staat er, de wegen liggen klaar, scanapparaten en flitsers staan gereed, maar nogmaals er woont geen mens. Behalve degene die erin is getuind, degene die vroeger bijvoor- beeld een winkeltje had, opeens heel even rijk was en nu heel misschien zonder water en licht in zijn eigen concessie mag wonen.





Het zijn de spooksteden van China. Volgens de planning komen er elk jaar ongeveer twintig bij. Op dit moment staan daar vierenzestigmiljoen woningen op niemand en niets te wachten.

Maar niet alleen in China, ook in Angola hebben ze een spookstad gebouwd. Het waarom, het waarvoor, …. niemand begrijpt er wat van, het blijft gissen? (bodemschatten?)

Raadpleeg gewoon eens internet en vraag je dan eens af “het waarom” bijvoorbeeld op:

http://diamental.nl/images-linsky/china%20spooksteden/chinaspookstad.html

Wijzelf denken aan het economische aspect, de economie (BBP- moet daar volgens met acht procent blijven groeien). Niet anders dan de bouw is gemakkelijker om dat te verwezenlijken. Spanje deed dat bijvoorbeeld ook, maar had daar uiteindelijk geen geld meer voor en ging bankroet. China wel, dat heel goed verdient met alles wat wij daar laten maken en met de rente dat het krijgt op de leningen die ze aan onder meer de Verenigde Staten heeft verstrekt.

Maar ook China krijgt het straks moeilijk. De levensverwachting is in een korte tijd gestegen van ergens in de vijftig jaar naar begin zeventig. Wie zal straks daarvoor moeten zorgen, want als gevolg van de “één kind politiek” zijn er maar weinig werkenden te vinden. Dat is ook de reden waarom men met betrekking tot de kinderen de teugels wat laat vieren. Maar dan gelden er wel wat regeltjes op school:




Intussen laten we ons hier in Bahrabise lekker verwennen, het eten is zonder meer goed en lekker, zij het wel dat bij het zien van redelijk wat minder hygiënische zaken (die ons ook aan India doen denken), wij maar meteen vegetarisch zijn gaan eten. Dat hadden wij in Tibet eigenlijk ook al moeten doen, toen wij onderweg zaken op een menukaart gerechten zagen staan, die er absoluut niet om logen. Maar aan de andere kant, een fris geschoten haas laat je gevild toch ook besterven totdat de vliegen erop afkomen. Pas daarna is zo’n heerlijk dier toch ook het lekkerst?


 



Een jongeman laat vol trots zijn afbeelding van Britney Spears zien, een jongedame vanuit de bus haar kind. De plaats zelf toont aan de rivier haar minder flatteuze zijde, zoals elke stad dat in Nederland aan de verkeerde kant van het spoor ook kan doen.





Persoonlijk vinden wij het wel jammer, dat hier wat minder aandacht aan het haar besteed wordt, dan wij in Tibet waren gewend. De vrouw bij ons aan de overkant vindt het genoeg om even twee handen door het haar te halen, terwijl men aan de andere kant van de grens er toch wel wat langer mee bezig is.



 



Wat we vanaf de grens hier ook missen, zijn de vele dranghekken die  we in China en Tibet hebben gezien. We denken dat het hier gewoon niet hoeft. Gelukkig maar, want om voor een plekje in het toilet te moeten dringen, zien we absoluut “niet zitten”.




We kunnen alleen nog niets fatsoenlijks op internet krijgen. We lopen al heel wat dagen achter. Zoals aan de voordeur beloofd, heeft men werke- lijk Wi-Fi. En dat klopt ook, maar er is geen contact met het internet. Is dat er op enig moment wel, dan valt eventjes in het hele dorp de stroom uit. Maar misschien is dat morgen wel wat beter.


routelink                               http://goo.gl/maps/KodRg

standplaats                           Bahrabise

route kilometers                       0                       totaal                   9464

extra kilometers                       0                       totaal                   1182

hoogtemeters                           0                       totaal                 52810



30-10-2014 – alsof we een afslag gemist hebben, dit echt India!

Gistermorgen diende bij een betrokken hemel een snijdende wind zich aan, die de lucht goed schoon wist te houden.

Ook in de zon zakte de gevoelstemperatuur tot een absoluut dieptepunt, ondanks de redelijk goede kleding. Langer dan niet nodig was, bleef je niet buiten en als je goed keek, zag op dat in de verte op de Mount Everest een zeer pittige sneeuwstorm gaande was.




Bij het ontbijt met lekkere, wat zoetige koffie zat iedereen zo dicht moge- lijk bij het fornuis / keukenkachel, waarop met regelmaat gedroogde jak- vlaaien en schapen-/geitenkeutels werden gegooid. Dat deze gedroogde vlaaien als brandstof worden gebruikt, wisten we wel, maar niet dat zo’n beest er een werkelijk kunstwerk van maakt.



Het zou misschien ook wel wat wezen voor ons menselijk mestoverschot, want wijzelf kunnen er ook best een mooi plaatje van maken, al doet het deze keer wat meer aan Karel Appel denken.



Tot vroeg in de middag bleven wij, wat klimmend en dalend op een hoogvlakte van ruim vierduizend meter, met af en toe een dorpje of stad, waarvan je je afvraagt waarmee ze hier in hemelsnaam, met z’n allen zo hoog in leven kunnen blijven. Maar als je op zo’n plekje iemand, met z’n schoonmoeder achter in het bakje, in de vrieskou naar huis ziet bellen: “Zeg schat, staat de Bokma koud?”, dan weet je dat je je daar geen zorgen over hoeft te maken.

 





Het landschap met soms vers gevallen sneeuw is ronduit schitterend en nodigt even later uit tot een wat Japans aandoend fotogedrag.




Daarna doken we plotseling een heel smalle kloof in, waarvan de bodem absoluut niet te zien is. Dat zou ook helemaal niet kunnen, want we moesten hierin ongeveer tweeënhalfduizend meter afdalen om bij de grensplaats met Nepal aan te komen. Maar ook daarna is het einde nog niet in zicht want Bahrabise, waar we nu verblijven, ligt op nog maar zo’n zevenhonderd meter hoogte.

De eerste kilometers van de afdaling laten kale wanden zien, die even later stilaan wat groener worden. Bomen en struiken durven zich weer te vertonen en groeien even later naar hartenlust alle kanten op. De rots- wanden worden vochtiger, wat een voorbode blijkt te zijn van tientallen watervallen, die zich daarna vrolijk kletterend naar beneden laten vallen.



 


Het wordt langzaamaan warmer en vooral vochtiger. Het groen krijgt een tropischer uiterlijk. Doordat de kloof zo nauw is, komt er nauwelijks zon- licht naar binnen. Dat alles geeft een mysterieuze (magisch realistische) indruk. Dit zal ongetwijfeld er de reden van geweest zijn, dat wij aan “Het verhaal van Oosterhuis” moesten denken, dat in 1946! werd geschreven door Belcampo, de toenmalige rebel en een mooi heerschap in de Neder- landse literatuur. Het is een tijdloze roman, die in 2009 samen met drie andere verhalen van zijn hand, als hoorspel werden uitgebracht.

Je kunt kunt het downloaden op

http://www.luisterrijk.nl/luisterboek/426/4-verhalen

Het is niet echt goedkoop, maar de aanschaf van vier verhalen als luister- spel zonder meer waard.

We weten inmiddels van anderen, dat in Nepal op de weg van de grens naar Kathmandu, een landverschuiving is geweest, die aan honderdvijftig mensen het leven heeft gekost. Een totale blokkade van de oost-west route was een feit. Van William Clifford hebben wij gehoord, dat hij met zijn fiets er bovenlangs is gekomen. Inmiddels gaan er al fourwheel drives overheen en naar verluid probeert een enkele vrachtwagen, zich door bagger en stof, een weg naar tweehonderdvijftig meter hoger te banen, maar vaak halverwege strandt.

Dat is de reden, dat wij in de afdaling naar de grens, steeds meer vracht- wagens langs de kant van de smalle weg zien staan. Het zijn allemaal Nepalezen, die hier Chinese goederen hebben opgehaald om naar hun vaderland te brengen. Andersom is niet mogelijk. Tibetanen mogen gewoon de grens niet over. Er is maar een enkele Tibetaan, die een pas- poort (en dan ook nog voor een heel korte periode) op zak heeft. Is het verlopen, dan kom je Tibet niet meer in, het is voor de Tibetaan dan ook een soort “one way ticket”.


 

Je zou denken, dat een grensplaats op een vlak stuk land ligt, maar niets is minder waar. Hier tergt men alle wetten van de zwaartekracht. Huizen zijn tegen de zeer steile hellingen aangeplakt, hellingen die doen lijken op de wanden van wolkenkrabbers. Daartussen baant de weg zich heel steil zigzaggend een weg naar beneden. Trappen onder gebouwen door ver- binden hogere delen van de stad met de lager gelegen delen. Er is één vlak stuk in de stad en dat is de brug over de snelstromende rivier, die  de grens tussen beide landen vormt. Op het smalle betonnen plateau, wat speciaal daarvoor is aangelegd, staat het Chinese douanekantoor, dat vanochtend op tien uur zijn poorten moest openen, maar waarschijnlijk een half uur lang de sleutel niet kon vinden. Maar dat kon ons niet zoveel schelen, het is in Nepal immers twee uur en een kwartier vroeger.



Na hopelijk voorlopig de laatste scan kregen wij een stempeltje en moch- ten we de grens over. Na veel zoeken vonden wij de Nepalese douane in een wat stoffig aandoend pand. De grote hoeveelheid toeristen daarin, bevestigde, dat wij  op het goede punt waren aangekomen.

Na afscheid van onze groep hebben we daar een dertig dagen visum voor veertig dollar elk gekocht. Daarvoor, maar ook daarna, was geen scan, geen hek, geen enkele beambte op de sterk afdalende straat te zien, die ons zou kunnen ophouden. Het duurde wel even voordat de weg voor een ons berijdbaar oppervlak kreeg, zodat wij op konden stappen.




 


Even daarna laten wij rustig afdalend, de handen goed aan de remmen, de eerste indrukken van Nepal op ons afkomen: men rijdt hier niet rechts maar links; er is geen Tibetaan te zien (aan de andere kant van de grens leven wel Nepalezen); kleurrijke Hindoes zijn er in overvloed; koelies sjouwen grote lasten van de ene naar de andere plek; kleine kinderen plukken aan onze fietsen; koeien, geiten, kippen … alles loopt los op straat en de eerste bedelaars van de laagste kaste hebben al kennis met ons gemaakt. We zijn nog nooit in Nepal geweest, maar het lijkt net alsof we een afslag gemist hebben. Dit is gewoon een stuk India, het is hier alleen wat minder warm, al gaat de temperatuur voor je gevoel toch al richting de dertig graden.

De Himalaya is een heel jong gebergte, dat is ontstaan en nog steeds verder groeit doordat het vasteland van India onder de aardkorst van Azië schuift en dat als het ware oplicht. De bergen zijn geen echte rotsen, maar veelal omhoog gedrukt leisteen en grove ronde stenen die samen worden gehouden door kleiachtige grond. Als het regen- of smeltwater, dat zich een weg naar beneden baant, daar vat op krijgt, is er geen hou- den meer aan en is de zoveelste aardverschuiving een feit.

Na al deze indrukken zijn we blij, dat we eerder dan verwacht, een dorp bij een brug over de rivier tegenkomen, waar we een leuk aandoend hotelletje ontdekken. Vermoeid door zoveel indrukken, een goede maaltijd en een heerlijk biertje, laten wij kort daarna de wereld heel even laten voor wat het is.

 
routelink                               http://goo.gl/maps/KodRg
 
standplaats                           Bahrabise

route kilometers                     39                       totaal                   9464

extra kilometers                       0                       totaal                   1182

hoogtemeters                       122                       totaal                 52810

 

                                                   "in oosterse sferen"

een bonte verzameling indrukken