28-04-2014 – in vier weken werd Oezbekistan  een groen land

Toen wij op de eerste april dit land binnenreden, was dit land nog kaal. De kleur groen was toen nauwelijks te bekennen en aan de bomen nog geen enkele knop die op barsten stond. Nu, precies vier weken later, hangen al halfwas kersen in de bomen, staan de aren in het nog groene koren en worden in tientallen kraampjes langs de doorgaande weg aardbeien verkocht. De lente gaat hier heel snel. Mei is de maand van de kersen en abrikozen, juni is die van de perziken.We waren er al op voorbereid. De aanwezigheid van politie wordt nadrukkelijker naarmate wij vandaag Andijon naderden. De bevolking lijkt zich daarvan niets aan te trekken en is even open als tevoren, maar iedereen is wel gewaarschuwd. Men moet hier geen gekke dingen doen en als toerist moet je je (volgens Planet) “low profile” opstellen.

Dat heeft alles te maken met een islamitisch oproer dat hier in 2005 heeft plaatsgevonden en bloedig door het leger om reden van “extremisme en terrorisme” werd neergeslagen. De schattingen aan doden loopt uiteen van enkele tientallen tot meerdere honderden. Dit was ook de reden voor de westerse landen om hun wat broze banden met dit regime te breken en de bases, die zij gebruikten in de strijd tegen het terrorisme in Afghanistan, hier te sluiten.

Andijon is een plaats die al jaren aan een nieuw uitstraling werkt en dat doet door ten zuiden van haar een volledig nieuwe stad te bouwen. Brede boulevards verschijnen met op de begane grond van de mooie panden de middenstand. Voor menigeen zal deze locatie niet te betalen zijn, want overal staan de bovenverdiepingen leeg. Op de begane grond vind je voor- namelijk (door de staat gecontroleerde) vliegticket-bureaus, soms wel met zeven op een rij, bruidsmodezaken en heel af en toe een horeca- of een meubelzaakje.



Hieronder enkele andere indrukken in deze stad, waaronder het beeld van de huilende moeder, een begrip dat in elke grotere plaats te vinden is, maar je telkens treft wanneer je zomaar een paar duizend namen ziet van hen, die in de tweede wereldoorlog aan de zijde van de Russen gesneuveld zijn.






routelink                               http://goo.gl/maps/FH5My

standplaats                          Andijon

route kilometers                    71                         totaal                   7026

extra kilometers                      0                         totaal                     605

hoogtemeters                      188                         totaal                 33779



26-04-2014 – qua eten en drinken passen wij ons aardig aan

De voorspelde regen inderdaad gevallen, maar was minder heftig dan wij hadden verwacht. Dat kwam goed uit, want nu konden we de fietsen weer eens wat nakijken en daarna Kokand nog even bezichtigen. Wij hebben nog wat getracht aan de site te werken, maar hebben dat maar laten varen. Door de regen viel de stroom met regelmaat uit en was het internet eindelijk weer even aanwezig, dan was de kwaliteit om te janken.

In Kokand staat een klein mausoleum op een begraafplaats, ingeklemd tussen honderden graven. De bijbehorende moskee werd indertijd door de Russen gesloten, later door de huidige machthebbers weer geopend om een paar jaar later weer van hen te moeten sluiten. De reden hiertoe is waarschijnlijk dezelfde als elders in het land: men wil nergens Islamitische pelgrims, want dat betekent een opeenhoping van gelijkgestemde zielen, een gevaar voor de plaatselijke stabiliteit, die in de Fergana-vallei wat geloof betreft, toch al niet te groot is, maar daar vertellen wij op 28 april aanstaande wat meer over.






Vanochtend zijn wij uit Dang’ara vertrokken om in Margilon een officieel slaapplekje te vinden. Het bleek te gaan om een inmiddels gesloten hotel. In de twee andere hotels in die stad mochten wij niet verblijven, zodat er voor ons niets anders opzat, dan twintig kilometer verder naar Fargona te fietsen om aan den lijve te ondervinden of de restauratie van het enige hotel daar was afgerond en wij daar zouden kunnen overnachten. We hadden geluk, de derde verdieping was zojuist opgeknapt en stond nu voor westerlingen open.

Onderweg stonden wij weer versteld van de open- en gastvrijheid van de plaatselijke bevolking. Met regelmaat moesten wij weer uitleggen waar wij vandaan kwamen, ook aan twee mannen die met hun auto voor ons stopten om ons een plat frisbeeachtig brood toe te stoppen. Uit Holland kwamen dan wel de beste appels, maar uit Oezbekistan kwam volgens hen wel het beste brood ter wereld. Jammer dat wij Gonzalo niet meer zien, want dan hadden wij aan hem kunnen vertellen, dat men hier naast Ajax en Feyenoord, ook wat over AZ te vertellen heeft!

Op dit moment wachten wij op het vallen van de avond. Wij hebben zojuist gegeten en genieten nog even na met wat bier, dat wij zoals anderen inmiddels drinken uit porseleinen kommen (smaakt goed en slaat minder snel dood) en een proefkommetje softijs, dat wij zojuist hebben gekregen toen men de machine aan het uittesten was.



Verder genieten wij hier met regelmaat van harde oude kaasballetjes (een soort pepermuntballen) en gerookte gefermenteerde kaas (qua structuur lijkend op asperges).




routelink                               http://goo.gl/maps/DkH8p

standplaats                          Fargona

route kilometers                    95                         totaal                   6955

extra kilometers                      0                         totaal                     605

hoogtemeters                      235                         totaal                 33591



24-04-2014 – Fergana Valley - de vallei van fruit en katoen

Het missen van het registratiebriefje voor de nacht in het appartement zat ons toch wat dwars, zeker in deze streek waar de politie nadrukkelijk aanwezig is en vaker dan anders controleert. Iedereen weet te vertellen, dat je best een paar van die briefjes mag missen, maar niemand weet met zekerheid hoeveel. Dat weet je uiteindelijk wanneer je het land verlaat en overgeleverd bent aan de willekeur van degene, met wie je op dat moment aan de grens te maken krijgt.

Vanuit Angren naar de eerstvolgende stop Dang’ara is het ongeveer honderddertig kilometer fietsen, een afstand die we, gezien de klim naar de pas, maar in twee dagen zouden kunnen afleggen. Je moet dus bij iemand thuis overnachten of ergens heel verdekt ergens illegaal je tentje op weten te zetten (in de hoop dat ze je aanwezigheid niet aan de volgende controlepost hebben doorgegeven, die zich op enig moment toch zullen afvragen waar je blijft). Deze laatste gok is wel te nemen, maar dan zullen wij ook van die nacht, dus tweemaal op rij, geen registratiepapiertje kunnen overleggen.

We besloten een taxi of iets dergelijks te vinden, die ons bovenaan de pas af kon zetten, dan zouden wij de resterende (zeventig) kilometer tot het goedgekeurde hotel in Dang’ara zelf afleggen. Hierbij geholpen door de man die keurig om zeven uur bij ons voor de deur stond, maakten wij kennis met Aleq, de eigenaar van een zeker veertig jaar oude Wolga, die ons met onze fietsen op zijn imperiaal best bovenaan de pas wou afzetten. Na het ontbijt, thee met “samsa” (een warme vleespastei), vertrokken we richting de pas, zo’n zestig kilometer verderop.

Al na tien kilometer vond de eerste controle plaats en werden wij naar een loketje doorverwezen. Wat ons nog niet was overkomen, gebeurde nu wel. Men vroeg naar onze registratiebriefjes, die wij zorgvuldig door elkaar gehusseld, overhandigden. Nadat er wat in gebladerd is, ontvangen wij deze zonder opmerking terug en konden wij verder richting het hoogste punt voor die dag, met een tussenstop bij een aantrekkelijk uitzichtpunt.




Het was half twaalf toen we na de eerste tunnel op het traject (weer een militair object – dus geen foto’s) door Aleq werden afgeleverd. Hij had zijn auto, die af en toe wat te warm werd en dreigend pufte, tot onze verba- zing aan de gang weten te houden. Voor de tweede tunnel kregen we weer een controle, die zich later die middag nog twee maal zou herhalen. En zo reden we uiteindelijk de Fergana-vallei in, daar waar naar zeggen de ras- echte Oezbeken wonen en die meer dan een kwart van de totale bevolking van dit land herbergt.



Gistermiddag zijn we volgens plan in Dang’ara aangekomen, een leuk voorstadje van Kokand, dat een paar kilometer verderop ligt en wat bezienswaardigheden zou hebben. Voordat we vandaag daaraan toe- komen, zullen wij eerst bij de bazaar de geldwisselaars opzoeken, want de hoeveelheid van de Oezbeekse briefjes is redelijk geslonken. Mochten we daarin niet slagen, dan is er morgen weer een dag, want ook dan zullen wij gezien de verwachte regen, nog niet verder naar de grens met Kirgizië verrekken.


routelink                              http://goo.gl/maps/FI4Iu

standplaats                          Dang’ara

route kilometers                    72                          totaal                  6860

extra kilometers                    18                          totaal                    605

hoogtemeters                      132                         totaal                 33356



22-04-2014 – een verjaardag vol onverzonnen  verrassingen

Gisteren hebben we een beetje kunnen aanschouwen wat voor plaats Almalyk eigenlijk is. Het is een stad die aan grotendeels wordt omklemd door vervuilende (mijn- en chemische) industrie. Door en rond de stad is een spoorwegnet met emplacementen aangelegd, waar menig model-bouwer jaloers op is. Daartussenin moesten de arbeiders ook nog een plaatsje vinden en hebben dat ook gekregen, maar veel mocht dat niet kosten, wat het ook absoluut niet heeft gedaan. De werkeloosheid is hier (vooral onder de jongeren) heel groot en dat drukt een stempel op het geheel. Nee, het is inderdaad geen stad waar je vrolijk van wordt, de mensen zijn dat zelf ook allang niet meer.




Uitgezwaaid door twee kolossale oude Sovjethelden aan de grens van deze stad, vertrekken wij naar Angren onderaan de klim naar de Kamchik-pas die daar bovenin op ongeveer tweeëntwintighonderd meter toegang ver- schaft tot de Fergana-vallei.



Ondanks dat we redelijk moeten klimmen en niet al te vroeg zijn vertrok- ken, komen we na een niet te lange rit door een mooie omgeving op een mooie tijd in Angren aan. Dat komt ook mooi uit, want Guus is vandaag jarig.





Na wat zoeken is het hotel dat we voor ogen hebben, gevonden. Een leuke verrassing: het uitzicht is op de omgeving, waarin wij morgenochtend vroeg op de fiets te vinden zijn. Hiervan zullen wij aan het eind van de middag onder het genot van een pintje zeker genieten.



Zonder dat wij ook maar twee woorden hebben kunnen wisselen, weet de man achter de balie ons al duidelijk te maken, dat het hotel volgeboekt is. Jammer dat we nu verder moeten zoeken, maar het is niet anders. Aan de man hadden wij niet veel meer, want toen wij vroegen of hij een ander hotel wist, verwees hij ons naar Tasjkent, de hoofdstad van Oezbekistan die honderd kilometer verderop ligt, terwijl hij toch had gezien dat wij op de fiets waren.

Een eindje verderop hebben twee jongemannen ons naar een “hotel” gebracht, maar aan de uitstraling daarvan was te zien, dat de kans dat wij daar binnengelaten zouden worden, heel klein was. Dat laatste klopte, inderdaad geen licentie voor westerlingen. Maar daar wist men wel wat op, restaurant Jasmine zou tevens een hotel zijn. Toen wij niet meteen begrepen, waar dat geval zich zou moeten bevinden, werden wij door iemand op de fiets er naartoe gebracht. Tenminste, als het restaurant annex hotel zich aan de voorzijde zou bevinden, want nu stonden wij aan de wat duistere achterzijde van een flat, waar een hoogblonde vrouw van in de veertig uit het raam op de eerste verdieping leunde.

Haar thee en koekjes waren lekker, maar verder kwamen wij in het Rus- sisch niet, totdat een goed geklede man binnenkwam, de broer van de eigenaar van het restaurant dat zich aan de voorzijde zou bevinden. Toen deze ons vertelde een slaapplaats voor ons te hebben, wisten wij meteen dat dit een clandestiene oplossing was en dat wij naar een registratie- formuliertje voor de nacht konden fluiten.

Nadat de prijs van vijftig dollar door ons neerwaarts was bijgesteld op dertig van die flappen, werden wij aan de voorzijde van het gebouw getrakteerd op een schotel goulash, bij hem thuis met zijn gezin op lekkere thee, om vervolgens bij het “appartement” waar wij zouden kunnen slapen, te worden afgezet. Onze fietsen werden door ons in vol vertrouwen bij de vrouw (op haar mooie blauwe ogen) in de schuur ach- tergelaten.



Het appartement was een portiekwoning op de eerste verdieping, waar elke bewoner voor zijn voordeur ook nog een aparte plaatstalen deur had, die met een soort pin met schroefdraad geopend moest worden. Waarom iedereen zo’n deur had, weten we niet. Daarachter bevonden zich de woon-, slaap-, badkamer, keuken en toilet, waar de bewoner met de bladzijden uit een leerboek elektrotechniek, deed wat hij vroeger op school al intens wilde. Hij veegde nu daadwerkelijk zijn kont ermee af, wat “af te lezen” was aan de met papier gevulde emmer naast de toiletpot.




De goede man zette de voor ons Discovery op de televisie aan, ongetwij- feld met het idee, dat wij de woning niet meer zouden verlaten. Maar na enig heen en weer gepraat, was hij ervan bewust dat wij sowieso naar buiten zouden gaan, waarop wij de voordeursleutels kregen en de beves- tiging, dat hij ons morgenochtend om zeven uur weer op zou komen halen.

Nu is het inmiddels half zes en we zitten schuin tegenover onze slaapplek in een restaurantje aan een heerlijk biertje en zijn vanwege Guus zijn verjaardag toch nog een beetje in feeststemming. Het was een dag vol verrassingen geweest, van een soort die je nooit zou verzinnen.


routelink                               http://goo.gl/maps/ARFIH

standplaats                          Angren

route kilometers                    64                         totaal                   6788

extra kilometers                      0                         totaal                     587

hoogtemeters                      592                         totaal                 33224



20-04-2014 – “Money, money, money!!”-“Water, water, water!!

Vandaag deed het landschap ons vergeten, dat we al een tijd in Azië zijn. Het leek alsof wij door de Gelderse Vallei reden, met parallel aan onze weg de uitlopers van de Utrechtse Heuvelrug. De bergen die zich daarachter moeten bevinden, werden door een nevel uit het zicht ontnomen. Een omgeving waarvan wij veel hebben genoten, totdat wij in de verte op zo’n twintig kilometer afstand de pijpen en rookwolken van een industrie zagen. Dat zou wel eens Almalyk kunnen zijn, de stad waarin wij enig onderdak hopen te krijgen, want in de wijde omgeving is die (voor een toerist althans) niet te vinden.





We kunnen heel goed merken, dat hier de lente snel in de zomer overgaat. Het weer wordt standvastiger, regen hebben we de laatste paar dagen nauwelijks meer gehad en de zon laat zich met de dag steeds beter gelden. Het graan op de velden is de grond uitgeschoten en is hier en daar al een paar decimeter hoog. De kuddes, die een week of twee à drie geleden nog naar spaarzame sprietjes zochten, kunnen de groei van het gras bijna niet bijhouden.




De (houding van de) bevolking is hier zeer verschillend. Op de ene plek lijkt het alsof het feestdag is, is men uitgelaten en heel open tegenover ons. Ergens anders heerst er een grafstemming, krijg je geen enkel (oog-) contact en kijkt men je gewoon het liefst van je fiets af. Dat laatste is ook het geval in Almalyk, naar nu blijkt een oude Sovjet-industriestad, waar wij zojuist geheel volgens plan zijn neergestreken.

Op weg naar het hotel werden wij al door een agent aangehouden, die blijkbaar het patent op schofferen had gekregen. Na wat gesnauw, paspoort, visa enzovoort, wilde hij ook nog graag weten, wat er in onze fietstassen zat. Of het door onze blikken kwam, weten we niet, maar hij begreep wel dat hij een beetje buiten zijn boekje was gegaan. Met een laatste snauw gaf hij aan, dat wij verder mochten fietsen.

In het hotel dat wij voor ogen hadden, sprak men geen woord dat wij eventueel ook zouden kunnen verstaan. Men was echter wel inventief, want er werd een kort intern belletje gedaan naar ene Silvio, een energieke Duitser die in Rusland werkzaam is en tijdelijk hier bij een suikerfabriek is gestationeerd. We begrepen, dat wij eigenlijk hier niet mochten overnachten, maar voor vannacht zou men (figuurlijk) een oogje dichtdoen, maar dan moesten morgenochtend wel ruim voor half acht vertrokken zijn. De voetbalclub van Almalyk zou die ochtend weer zijn intrek in het hotel nemen. En dan worden geen pottenkijkers, laat staan (clandestiene westerse) toeristen getolereerd.

Het was niet omdat zij ons niet konden registreren (we hebben immers nog wel wat marge), maar wel het vroege tijdstip van vertrek, dat wij besloten naar het andere hotel hier te gaan. Na drie dagen buffelen om telkens op een grote afstand verderop een bed te kunnen krijgen, wilden wij een dagje rust nemen om wat beter voorbereid te zijn op de volgende etappes, die ook nog het een en ander van ons zullen vergen.

Het andere adres bleek een oud Sovjet-hotel te zijn, waar volgens ons nog eenzelfde sfeer heerst als op het moment, dat het werd neergezet. De dame achter de balie, een Russin in hart en nieren, die ons deed denken aan de vrouw aan het einde van “From Russia With Love”, bleek dat verleden goed in stand weten te houden, iets dat haar ondergeschikten gelaten over zich heen lieten komen. Wij hadden daar wat meer moeite mee. Ze wist geen ander voor ons verstaanbaar woord uit te brengen dan “money, money” en knipte daarbij met haar vingers alsof ze stapels bankbiljetten aan het tellen was. We begrepen zondermeer dat wij moesten betalen, maar eerst onze spulletjes op de kamer, een warme douche en wat opknappen, dan zouden wij wel honderddertig briefjes voor haar uittellen.

Eigenlijk wilden wij die briefjes gewoon wat langer beethouden, want zo goedkoop is het hier nu ook weer niet (dertig procent duurder dan op het vorige adres). Even later wordt op de deur geklopt. Het is een van haar ondergeschikten. “Money, money, money” weet zij een beetje stotterend uit te brengen. Op haar neus verschijnen de eerste zweetdruppeltjes, ongetwijfeld door de moeite die zij heeft om die vreemde woorden uit te spreken in het bijzijn van mensen, die weten wat de betekenis daarvan is.

Wij verwijzen haar terug naar haar “Moederoverste” met de mededeling dat wij zo bij haar zouden komen om te betalen. Nog geen minuut later staat zij weer in de kamer “money, money, money”. We hebben toen de briefjes maar uitgeteld, het goede kind kon er immers ook niets aan doen.

Toen wij daarna eindelijk in alle rust een douche dachten te nemen, bleek er geen druk op de waterleiding te zitten. In het warmwatervat op het dak bleek nog wel een beetje water te zitten. Wij dus naar de receptie: “water, water, water”. Het ons bekende kamermeisje kwam met een emmer, die we met wat van het schaarse warm water konden laten vollopen om het toilet door te spoelen. Daarmee konden wij het doen.

Nee, dan was de afgelopen dagen toch heel anders, zo ook in Gulistan zo’n honderd kilometer terug, waar wij gisternacht heerlijk hebben geslapen en vanochtend op een mooi ontbijt werden getrakteerd. Gulistan, ook weer een stad met gezellige drukte op de bazaar bij het station, een plaats waar, in tegenstelling tot hier, het leven wèl een feest blijkt te kunnen zijn.





routelink                               http://goo.gl/maps/myqDg

standplaats                          Almalyk

route kilometers                   227                        totaal                   6724

extra kilometers                       3                        totaal                     587

hoogtemeters                       427                        totaal                 32632



18-04-2014 – halflang sluik blond haar en fletsblauwe ogen

Zoals eerder gezegd stond de dag van gisteren in het teken van voor- bereidingen voor de trip van de komende dagen. Boodschappen doen, alles aanvullen, tassen pakken en vooral ruimte overhouden voor de stapels briefjes, die je hier voor de kleinste dingen in grote aantallen moet uitgeven. Briefjes die je hier, zoals in bijna in elke plaats, bij de bazaar tegen zwarte handelsprijzen kunt kopen, zo’n vijfentwintig procent voor- deliger dan de officiële wisselkoers in dit land. Alleen dan zijn ze ongeveer vijfentwintig Eurocent waard.

Nadat we in de avond nog de laatste dingetjes aan het afronden waren, zagen we in het halfdonker van de binnentuin van het hotel iemand met de rug naar ons toe zitten. Een dame met halflang sluik blond haar en een tenger postuur. “Heike?” vroegen wij voorzichtig. Ze draaide zich om en paar blauwe ogen kijken ons aan. Het was inderdaad Heike, die wij in Esfahan hebben ontmoet en over wie we al eerder over hebben verteld. Zij is degene waarvan wij later van anderen hoorden en op haar website lazen (www.pushbikegirl.com), dat zij naar het zuiden van Iran was gefietst om daar de winter voor te zijn, wat haar uiteindelijk pas (na een grote oversteek) in Oman was gelukt.



In Oman had zij van het landschap verschrikkelijk genoten. Daarvandaan is zij fietsend via Iran en Turkmenistan hier in Samarkand aanbeland. Iran had zij nu wel gezien en had dat land eigenlijk best wel zonder spijt achtergelaten.

Wij kunnen haar gevoel, na zelf meer dan twee maanden daar geweest te zijn, redelijk goed delen. Daarachter kwamen wij, toen wij net de grens de grens van Iran met Turkmenistan waren gepasseerd. We hadden weer normaal (oog-) contact met vrouwen, die zich zonder opgelegde poespas, moslima of niet, hier een stuk vrijelijker kunnen bewegen en converseren. Weer eens winkeltjes en eetstalletjes langs de weg tegen te komen. Op een krukje met een biertje in je hand naar de drukte op de weg of in de bazaar kijken. Van dat alles genieten we elke dag weer. Wel zullen wij het af en toe zeer betoverende landschap missen. Ook zijn we erg benieuwd of wij vanuit Iran ooit nog een teken van leven krijgen van hen, die heel enthousiast en vol overtuiging ons e-mailadres hebben genoteerd. Van het echtpaar uit de trein, in december vorig jaar toen wij Iran binnen kwamen, hebben wij me het Iraans Nieuwjaar nog wel een heel leuke reactie gehad.

We hadden beloofd het epistel, dat wij bij ons vertrek uit Meybod naar Yazd, van een jongedame kregen, (gedeeltelijk) te publiceren. Het was bedoeld als bedankje voor ons wederzijdse genegenheid en de twee Engelse e-books van Abdolah Kader, die wij vanuit Nederland voor haar hadden meegebracht. Dit omdat de boeken van deze Nederlandse (van oorsprong Iraanse) schrijver (voorlopig nog) niet in Iran verkrijgbaar zijn.

“I’m very appreciated for your very precious gift. It’s the best gift I ever got form a friend. This is a very strange world because I should ask you to bring me a book from my homeland writer, who unfortunately cannot write in his own country because of some stupid (sorry for the word) reasons. But somebody like you make connection between a writer and a reader. A writer who wishes that his books been read by Iranian in Iran and also a Iranian reader who wishes for reading his books, but she cannot reach them.

Heike is inmiddels heel wat gewend en zal van dit guesthouse, zoals wij dat ook hebben gedaan, met een knipoog best wel kunnen genieten.



Het is B&B Bahodir, waar Wi-Fi en warm stromend water inderdaad geen tastbaar begrippen zijn.  De plek, waar straatstenen onder het bed het geheel een wat stabieler karakter moeten geven. Het pand waar de hemelwaterafvoer, al een tijd geleden, zijn functie volledig heeft neer- gelegd. Waar een driepersoonskamer werd opgeofferd om de kachelpijp van de benedenverdieping, via de vloer en het raam, een uitweg naar buiten te kunnen geven en waar het nachtlampje, dat het ook allemaal niet meer weet, gewoon haar hoofd maar heeft laat hangen.






Heike zullen wij ongetwijfeld de komende periode nog tegenkomen. Zij heeft hetzelfde doel voor ogen als wij. Kirgizië en Tadjikistan (tenminste, als dat laatste land straks weer mogelijk is). Na een hartelijk afscheid van haar gisteravond in Samarkand, zijn wij na een rit (over soms zelfs zeer redelijk asfalt!) een nu in Jizzakh aangekomen, waar het bij de bazaar en het (bus-) station een leuk gezellig geheel is.






routelink                               http://goo.gl/maps/k4Nfn

standplaats                          Jizzakh

route kilometers                   100                        totaal                   6497

extra kilometers                       7                        totaal                     584

hoogtemeters                       334                        totaal                 32205



16-04-2014 – een Londens station werd een Russisch begrip

Voordat wij gisteren de trein namen om weer in Samarkand aan te komen, hebben wij eerst nog even de goede sfeer in Tasjkent op kunnen snuiven. De stad komt heel open over, evenals haar inwoners met wie je heel snel een leuk contact hebt. Het groen wordt goed onderhouden, pleinen en straten zijn super schoon geveegd. In tegenstelling tot veel andere plaatsen waar we doorheen zijn gefietst, heeft men hier de kleurenkaart goed weten te hanteren.

Ook in deze stad valt het op, dat het station een visitekaartje van een stad is. Heel jammer is dat je er geen foto’s van mag maken, omdat het wordt gezien als militair object. We hebben dat dan ook maar niet gedaan en de plaatjes hieronder van internet afgehaald. Zowel het station van Tasjkent als dat van Samarkand is overduidelijk onlangs “gepimpt”, wat de uitstra- ling, zeker bij de laatstgenoemde, ten goede komt.






vokzal tashkent – vokzal samarkand 1 - 4

Op elk station in Centraal Azië en onder meer in Rusland, zie je de naam Vokzal staan. We hebben een lange tijd niet geweten welke betekenis we aan dat woord moesten geven. Hooguit “wachtruimte” kwam bij ons op, maar dat was het  ook niet. Totdat we hier in het guesthouse een zekere Andrew ontmoetten, een Engelsman uit Leeds. Deze wist te vertellen, dat Vokzal een Russische afgeleide van een Engelse naam was. Met een chauvinistische glimlach vertelde hij zijn verhaal.

Tsaar Nicolas I was, evenals andere vorsten in Europa, doordrongen van het belang van een goede verbinding tussen de uitersten van zijn rijk. De spoorweg was daarvoor het unicum. De Tsaar zond een aantal van zijn adviseurs en ingenieurs omstreeks het jaar 1850 naar Engeland, om zich in de mogelijkheden van het spoor te verdiepen. Deze groep mensen vestigden zich nabij een treinstation, waar naar later bleek, elke trein van en naar het Waterloo Station stopte. Als een station een dergelijke functie had, dan moest het wel het zenuwcentrum van het spoor zijn. Het was station Vauxhall.

Toen deze Russen later naar het vaderland terugkeerden, vroeg de Tsaar hoe een kruispunt van sporen in Engeland nou eigenlijk heette. Op de moment werd de naam Vauxhall op zijn Russisch verbasterd tot Vokzal, de naam die daarna aan elk station in Rusland en in zijn “bezette” gebieden werd toegekend. Andrew, de man uit Leeds glimlachte, nam afscheid van ons, want de volgende dag zou hij per trein, zijn geliefde vervoersmiddel, naar Afghanistan vertrekken.

We hebben naderhand toch internet wel wat geraadpleegd. Het was wel een leuke anekdote, maar zou het wel kloppen? Ja inderdaad, op internet wordt zijn verhaal bevestigd. Het toeval wil wel, dat Vauxhall helemaal niet zo’n belangrijk station was, als de Russen dachten. De treinen stopten daar alleen om extra spoorwegbeambten binnen te laten die, op weg naar Waterloo station, de kaartjes in de trein ophaalden om de mensen op het eindpunt zonder controle naar buiten te kunnen laten gaan.

Morgen zullen we voorbereidingen voor ons vertrek richting Kirgizië maken, waar we uiterlijk over veertien dagen aan de grens moeten staan. We zijn weer heel benieuwd wie en wat we op weg daar naartoe zullen tegenkomen.


routelink                              http://goo.gl/maps/xqe2P

standplaats                          Samarkand

route kilometers                        0                      totaal                   6397

extra kilometers                        0                      totaal                     577

hoogtemeters                            0                     totaal                  31871



14-04-2014 – het visum voor Tadzjikistan is binnen, maar …

“Dilroza” heet ze en ze zat gisteren tegenover ons in de trein, een jonge- dame van zeventien lentes samen met haar moeder en oma zat er tussen- in. Ze studeert Engels en zag haar kans schoon om haar ervaring wat te verrijken. Anders had ze zich toch maar zitten te vervelen, zo had ze ons al meteen toevertrouwd. Daarnaast was ze heel nieuwsgierig naar alles wat ze niet kende, iets wat ze ongetwijfeld van haar moeder had - en die had dat ook weer van de hare - want zowel moeder als oma babbelden er in het Oezbeeks ook rustig op los, wat (klein-) dochterlief gretig voor ons vertaalde. Kortom: we zaten tegenover drie generaties vlotte vrouwelijke nieuws- en leergierigheid.



Zoonlief die op de bank naast ons zat, wilde zelf ook graag wat te weten komen, maar liet zijn verlegenheid gelukkig prevaleren boven zijn honger naar westerse informatie, anders was het een echt kruisverhoor geworden. De tijd vloog wel om, want voor wij het wisten werden wij, na een vier uur durende rit, wel een wat suf gepraat, alweer door het viertal uitgezwaaid.

Vanochtend zijn wij bij de ambassade van Tadzjikistan geweest. Naast het wachthuisje stond voor het hek een redelijk grote groep te wachten. Een politieagent met een lijst in zijn hand, riep daarvan stuk voor stuk namen af van mensen, die naar binnen mochten. Heel keurig geregeld, maar hoe kwam je nu op die handgeschreven lijst? We werden verwezen naar het wachthuisje, waar de gegevens van ons paspoort werd ingeschreven in een groot register. Daarna mochten wij ook voor het hek gaan wachten, alleen de lijst werd niet nog steeds met onze namen aangevuld. Na wat onderling smoezen tussen de agenten, hoorden wij kort daarna “Nieder- landia”. We mochten naar binnen.

Het resultaat van onze visumactie is een exemplaar van slechts 30 dagen. Er was niet tegen in te brengen, gewoon dertig dagen. Deze ambassade bleek ook geen “permits” voor de Pamir Region af te mogen geven. Die zouden wij uitsluitend, maar volgens zeggen heel gemakkelijk, in de stad Dushanbe kunnen krijgen. Het is niet anders, maar nu we kunnen in elk geval fietsend Tadzjikistan in.

Vanmiddag hebben we weer voor het hek gestaan en nadat wij ditmaal “Friends” hadden horen roepen, hebben wij onze twee paspoorten terug gekregen. Een hele meevaller, want het kan zomaar een paar dagen langer duren. Op basis van deze nieuwe gegevens (definitief visum) kunnen we nu het verdere verloop van onze reis wat verder uitstippelen, dus nu op naar internet om ons wat verder in de Kirgizische en Tadzjiekse regio te verdiepen, maar …..

Iets waar we nooit bij stil hadden gestaan, is dat twee voormalige Sovjet-republieken met elkaar op de vuist kunnen gaan. Het is de twee hiervoor genoemde landen wonderbaarlijk toch gelukt. Na wat schermut-selingen tussen grensposten op elf januari dit jaar, zijn de grenzen tussen de twee landen (volgens Aziatische begrippen hermetisch) gesloten. Nu kan je Tadzjikistan uitsluitend nog in het westen vanuit Oezbekistan (waar we nu zitten) binnenkomen. Maar dat is nu geen optie, want ons visum gaat pas halverwege juni aanstaande in. Hadden we dit alles eerder geweten, dan had het toch niet uitgemaakt, want dan hadden we terug weer Oezbeki- stan in gemoeten, waarvoor we geen “multiple entry” hebben en dus een nieuw visum moeten aanvragen. Of we die (èn op tijd) zullen krijgen, weten we niet. Nee, voorlopig is Tadzjikistan met haar Pamir helaas een “dead-end street”.

Maar we hebben nog twee maanden, waarin (zeker in Centraal Azië) een hoop kan gebeuren. Nu dus op naar Kirgizië, waar we hopen een toegang voor zestig dagen te krijgen. Worden het minder dagen, dan zullen wij een uitstapje naar Kazachstan moeten maken. Liever doen wij dat niet, want met twee visa voor een maand, zijn wij snel een paar honderd dollar kwijt.

Onze volgende visumdrempel over ongeveer een maand zijn. Het zal die van China worden, waarvan we nu al weten, dat je die gewoon in je vaderland moet aanvragen. Ben je al in Azië onderweg, dan kan je die uitsluitend nog redelijk gemakkelijk aanvragen in Teheran, Hong Kong en (het zit ons nog steeds mee) Bishkek, de hoofdstad van Kirgizië!





Ondertussen hebben wij in Tasjkent dezelfde planologische opzet als in andere steden hier opgemerkt, brede met hoge flatgebouwen omzoomde boulevards en daarachter, voor ons normale woonwijken.

Ook de Russisch-Orthodoxe kerk laat zich hier niet onbetuigd. Nu missen wij onze fietsen, waarmee wij deze grote stad wat beter hadden kunnen verkennen.







routelink                               http://goo.gl/maps/WGppj

standplaats                          Tasjkent

route kilometers                        0                      totaal                   6397

extra kilometers                        0                      totaal                     577

hoogtemeters                            0                      totaal                 31871



12-04-2014 – de visumjacht is weer aangebroken

Visumjacht noemen wij het (nog steeds). Anderen hebben het na verloop van tijd over “visumstrijd” Wij zijn wel benieuwd wanneer wij dat laatste woord gaan gebruiken, want eigenlijk is het wel een strijd. Je hebt een bepaalde voortzetting van je route of reis in gedachten, maar je weet pas dat je die kan volgen als je de betreffende visa hebt. Maar niet alleen het hebben van die visa is belangrijk, maar ook de duur daarvan, want fietsen is wel leuk maar je hebt er wel je tijd voor nodig, zeker wanneer je onderweg ook nog wat van andere dingen wilt genieten. Je moet ook meerdere opties openhouden, want voor je het weet zit, kan je geen kant meer op en ben je op het vliegtuig aangewezen.

De plaats waar de ambassade gevestigd is, kan van invloed zijn op het verkrijgen van (de lengte van) je visum, maar ook de willekeur van degene die achter het loketje staat, drukt een groot stempel op het geheel. Is die voor je gewonnen, dan zal deze al het mogelijke voor je doen, maar kan niets voor je betekenen wanneer het lokale voorschriften betreft. In Tasjkent kon onlangs iemand slechts een Chinees visum voor maximaal twintig! dagen krijgen, terwijl een Nederlands stel een paar maanden geleden in Teheran een visum kreeg voor drie maanden. Nee, visumjacht is echt knokken. Je moet daarbij ook goed op jezelf passen, want anders krijg je visumstress, iets wat sommige lieden al hebben. Het komt voor onder mensen, die er niet tegen kunnen hun reis op het allerlaatste moment te moeten aanpassen, maar alles ruim van tevoren geregeld willen zien, maar dat kan gewoon niet altijd.

Morgen gaan wij (met de trein) naar Tasjkent voor een visum voor Tadzjikistan. Wij hopen er een te krijgen voor anderhalf à twee maanden. Want dan kunnen wij eerst naar Kirgizië voor een week of zes, daarna in Tadzjikistan in alle rust de Pamir Highway en de vallei langs de grens van Afghanistan volgen, om uiteindelijk via Kirgizië in China aan te komen. Maar of dat allemaal inderdaad kan, hangt ook af van de welwillendheid van de Chinese Ambassade in Kirgizië (Bishkek), die wij later zullen bezoeken. Voor Kirgizië hoeven wij ons geen zorgen te maken, want Nederland is een van de landen, die van visumplicht is vrijgesteld. Maar dat zegt nog niets, want evenals het weer, zijn ook de voormalige Sovjetrepublieken zo veranderlijk als het maar kan. Niet alleen tegenover derden, maar ook onder elkaar kunnen ze er wat van.

Intussen blijft Samarkand ons stilletjes boeien.







routelink                              http://goo.gl/maps/ypLdh

standplaats                          Samarkand

route kilometers                       0                        totaal                   6397

extra kilometers                     16                        totaal                     577

hoogtemeters                          0                         totaal                 31871



10-04-2014 – hele woonwijken tot getto’s omgetoverd

In Buchara was er ook sprake van, alleen kwam dat daar niet zo over- duidelijk naar voren als hier in Samarkand. De doorgaande straten zijn ruim opgezet, hebben veel groen en lijken op de stadsdelen, die wij vanuit de jaren vijftig en zestig kennen. Daarachter liggen de wat knussere, wat dorpsachtige woongebieden die wel wat doodser overkomen, doordat de bouw van huizen hier naar binnen is gericht. Aan de straatzijde vind je hooguit een raam, een (garage-) deur, die toegang geeft tot vaak een heel mooie en grote binnenplaats of –tuin, waar het leven zich afspeelt.




Op oude foto’s van Samarkand kan je zien dat de toeristische trekpleisters van de stad inderdaad het middelpunt vormden van het leven hier. Huizen en drukke straten omringden deze fraaie gebouwen. Nu liggen ze geheel vrij in een park en is de woonwijk met haar nauwe straatjes verdwenen, gewoon met de grond gelijkgemaakt. Het is een schoonmaak die hier nog steeds niet is afgerond. Ons guesthouse staat aan de rand daarvan. Aan onderhoud wordt absoluut niets meer gedaan (eerdaags zullen wij hier wat meer over vertellen). Wellicht heeft de eigenaar al de melding gekregen op korte termijn op te moeten krassen.



Aan de rand van het park zijn op toeristen gerichte gebouwen verrezen. Op plekken waar je de oude woonwijken nog zou kunnen zien, zijn hoge gebouwen verschenen of is een muur neergezet, die je het zicht ontneemt. Van die muur is de mooie, soms schitterend betegelde kant naar de toerist gericht. Met de andere kant moet de burger hier maar genoegen nemen, die daardoor van elk uitzicht is verstoken.



Wij zijn vandaag door zo’n oude woonwijk gelopen. Het is inmiddels een kunst om niet te verdwalen, want van alle uitgangen naar de doorgaande weg is maar een enkele overgebleven. Andere werden soms zelfs met een muur van de buitenwereld afgesloten, een geheel dat doet denken aan de getto’s uit de tweede wereldoorlog. Nee, in deze politiestaat wordt nog weinig rekening met haar inwoners gehouden.





routelink                               http://goo.gl/maps/ypLdh

standplaats                          Samarkand

route kilometers                        0                     totaal                   6397

extra kilometers                        0                     totaal                     561

hoogtemeters                            0                     totaal                 31871



08-04-2014 – water en elektriciteit op rantsoen

Gezien de prijs voor een kamer hadden wij gistermorgen een stille hoop, dat deze inclusief ontbijt zou zijn, maar helaas. Op het moment dat wij van de tafel opstonden, begon het dienstertje druk te schrijven. Ze hield ons even daarna een briefje voor, wat wij moesten betalen voor vier kop- pen koffie en ieder twee enveloppen van deeg, met daarin een ondefinieer- bare substantie en (ongetwijfeld voor de frisheid van het geheel) daar overheen een grote kwak yoghurt. Verheugd dat we toch wat in de maag hadden, we wisten alleen nog steeds niet wat, zijn wij richting Samarkand vertrokken met een nachtelijke tussenstop een kleine negentig kilometer verderop.

De avond daarvoor hebben wij, om de hoek bij het hotel, heerlijk in een klein knijpje gegeten, dat gedreven wordt door een man met twee doch- ters. Wat eten betreft, verlangen wij absoluut niet terug naar Iran en doen ons hier tegoed aan de ruimere keuze aan gerechten, waarvan de goede voedingswaarde ruim voldoende is om de dag daarna een niet al te gemakkelijk stuk te fietsen.

Het landschap heeft de afgelopen dagen het vlakke karakter achter zich gelaten en is inmiddels gaan golven. Links en rechts van ons zien we in de verte bergen opdoemen met langzaam wegsmeltende sneeuwkappen van de afgelopen winter. Dichterbij zien we de bloesem aan de bomen verschijnen en de (lente-) regen van de afgelopen periode heeft de dor geelgekleurde stukken van het landschap, waar men niet kan irrigeren, ook groen gekleurd. Kuddes schapen maken daar dankbaar gebruik van. Op de velden schiet het gewas de grond uit en zijn de boeren bezig het water in de irrigatiekanalen in goede banen te leiden. In Buchara was de manager van het hotel ook al bezig geweest met het potten van petunia’s. Volgens hem waren ze van de beste soort, Hollandse die hij in Tashkent had gekocht. Het is hier eindelijk definitief lente geworden.  



Gistermiddag stonden wij in Kattaqorghan, daarbij geholpen door wat plaatselijke jongelui, aan de balie van het Continental Hotel, waar de vrouw die het geval bestierde, ons duidelijk maakte dat zij geen licentie had om ons te herbergen. Een jongedame van ons groepje bleef, zoals zij dat eerder al had gedaan, daarna nog sterker volhouden dat wij bij haar thuis moesten overnachten. Voor haar eigen bestwil (ze kan daarmee in de problemen komen) hebben wij dat resoluut afgewezen, waarna wij door hen naar een ander, eveneens door een vrouw gerund adres werden gebracht, waarvan wel “getolereerd” wordt dat daar westerlingen over- nachten. Een klein pension in een Sovjet-crème gebouw. Een vergunning heeft zij echter niet, dus kregen wij ook geen “officieel registratiebriefje”, maar wel een fotootje van haar en twee van de jongelui daarop.




De waterleiding in deze wijk, zo vertelde zij, kreeg om vijf uur weer druk. Maar dat na negen uur in de buurt de stroom eraf ging, heeft zij niets gerept. Waarschijnlijk hebben de nutsvoorzieningen in deze stad het groeitempo daarvan niet bij kunnen houden en wordt op deze wijze e.e.a.  gerantsoeneerd.

De rit van vandaag kende aan het begin een nog heuvelachtiger karakter. Met de wind pal tegen waren wij blij, dat wij aan het begin van de middag in Samarkand aankwamen, een moderne en frisse plaats waarvan je niet zou zeggen, dat het voor een groot deel in het Sovjet tijdperk is opgebouwd.

Hier zullen wij een paar dagen blijven om het verdere verloop uit te stip- pelen, geheel afhankelijk van de visa die wij hier en later in Kirgizstan kunnen krijgen. Het zal een heel gepuzzel worden, dat wij wel kunnen afwisselen met bezoekjes aan schitterende islamitische bouwwerken uit voornamelijk de veertiende en de vijftiende eeuw.




routelink                              http://goo.gl/maps/ypLdh

standplaats                          Samarkand

route kilometers                   163                        totaal                   6397

extra kilometers                       0                        totaal                     561

hoogtemeters                       655                        totaal                 31871



06-04-2014 – vaarwel mooi en interessant Buchara

Omdat het vandaag stralend weer zou worden (leuk voor fotootjes) heb- ben we gisteren geprobeerd nog een nachtje extra te boeken, maar vandaag bleek een groep te komen, waarmee het hotel volgeboekt zou zijn. Het is helaas niet anders, maar we moeten toch een keer verderop, naar onze volgende bestemming Samarkand, dat drie etappes verder ligt.

In plaats van de site wat verder bij te werken, hebben wij gisteren daarom gekozen om Buchara wat verder te verkennen. Hieronder een greep van wat we zoal hebben gezien, waaronder het oude fort met zijn schuin oplopende muren, dat een complete stad herbergde maar die door de Bolsjewisten in 1920 werd platgebombardeerd. De minaret op een andere foto is ruim achthonderd jaar oud, zesenveertig meter hoog en is door de meer dan twintig meter diepe fundering sinds de bouw aardbeving “proof”.









Vanochtend hebben wij met eigen ogen gezien, dat Uzbekistan ook mooie wegen heeft, zoals de eerste vijftig kilometer van vandaag, heerlijk glanzend en zoevend asfalt. Helaas schijnt elke provincie zijn eigen budget te hebben, want na het overschrijden van een dergelijke grens, compleet met controleposten, werd het wegdek weer zoals wij dat hier gewend zijn. De verdere “aankleding” van de weg was dat ook. We zijn op weg naar Navoiy, een industriestad waar geen toerist zich zonder reden laat zien, driemaal uitvoerig door de politie gecontroleerd.

Ons hotel, waarin een westerling zich mag ophouden, is gevestigd in eenzelfde appartementencomplex als die waarmee de hele woonwijk is volgebouwd. De prijs van de kamers wordt lager naarmate je een hogere verdieping kiest. Een ingrijpende renovatie is begonnen op de eerste etage. We zitten in nog net geen bouwval op de vierde verdieping voor een prijs die in Buchara veel deuren voor je doet opengaan. De vijfde verdie- ping van het twaalf verdiepingen tellende, maar liftloze gebouw,  mochten wij al niet meer in. We hebben ons maar geen voorstelling gemaakt hoe het vertoeven op de bovenste woonlaag is.  

We hebben inmiddels ook geleerd, dat je in Oezbekistan heel prijsbewust moet zijn. Zoals we eerder van anderen hebben gehoord, zijn er hier ook individuen die je proberen “een oor aan te naaien”.

Twee dagen geleden moesten wij in een levensmiddelenwinkel dertig- duizend Sum afrekenen, dus telden wij dertig van die briefjes neer, waarop de man “nee” schudde en een display toonde waarop plots een getal van veertigduizend stond. Toen wij hem duidelijk maakte dat hetzelfde display net daarvoor tienduizend minder aangaf, haalde hij zijn schouders op. Met dertig van die briefjes nam hij ook genoegen.

Gisteren bij het afrekenen van onze maaltijd in een restaurantje, waren we volgens de menukaart twaalfduizend Som minder kwijt dan de rekening die ons werd gepresenteerd. We bleken een oude menukaart voorgeschoteld gekregen te hebben, zo vertelde men ons. Ook kwamen er nog servicekosten bovenop. We hebben de meerprijs gewoon gedeeld en werden daarna door de manager zelfs met alle egards uitgelaten. “Sorry, sorry … maybe it’s the difference in language” vertrouwde hij ons toe. Wij hebben hem maar in die waan gelaten, voor zover hij werkelijk daarin zou verkeren, want dat betwijfelen we.


routelink                               http://goo.gl/maps/Q5Hvr

standplaats                           Navoiy

route kilometers                    114                       totaal                   6234

extra kilometers                        0                       totaal                     561

hoogtemeters                        178                       totaal                 31216



04-04-2014 – “Welcome in Uzbekistan” – (gevecht om dollars)

In Buchara, vroeger een middelpunt van de Islam, kom je ogen tekort. Tijdens de Sovjet overheersing werd geloof in het algemeen, dus ook de Islam, in de ban gedaan en werden hier de moskeeën veelal als warenhuis of werkplaats gebruikt. Van sloop is toen gelukkig geen sprake geweest en konden deze gebouwen na het terugtrekken van de Russen gewoon weer in gebruik genomen worden. Enkele indrukken:







De manager van het hotel heeft een niet zo gedrongen postuur. Zijn lengte in acht genomen zou bij hem, ondanks zijn wat donker uiterlijk, best wat Russisch bloed door de aderen kunnen stromen. Hij spreekt vloeiend en haast accentloos Engels, dat hem ongetwijfeld van pas kwam toen hij nog “tour guide” was.

Vandaag zijn wij op pad geweest om onze geldvoorraad wat aan te vullen, iets wat we na onze aankomst in Teheran zo’n zeven weken geleden, nog niet hebben kunnen doen. In Iran noch in Turkmenistan kan je op de een of andere manier, al dan niet met een creditcard, geld opnemen. In Oezbekistan kan dit wel, bij de Asakabank met een Mastercard en bij de National Bank of Uzbekistan met een Visacard. Omdat de eerste “vlakbij” was, werd die ons doelwit.

Op vertoon van de Mastercard werden wij naar een jongeman achter een balie doorverwezen die, omdat hij niet wist wat hij met ons aan moest, een andere collega belde. Deze wist ons te vertellen, dat opname alleen in de plaatselijke munteenheid, de Sum mogelijk was, niet in dollars zoals in de reisgids staat vermeld. In Samarkand, een kleine driehonderd kilometer verderop, zou dit wel mogelijk zijn. Een andere mogelijkheid was volgens hem de National Bank of Uzbekistan, een raad die wij maar hebben opgevolgd, want hier kwamen wij toch niet verder.

Na een redelijk stukje stappen kwam de andere bank in het verschiet, ook weer een gebouw met zware ijzeren hekken om het terrein en voor de ramen. Omdat het inmiddels lunchtijd was, werd de wachttijd zomaar met drie kwartier verlengd. Daarna deden twee jongedames hier het woord. Nee, opname in dollars was niet mogelijk, wel bij de Asakabank wist het tweetal ons nog net wijs te maken. De overige informatie die wij kregen was in de landstaal, die omdat wij toeristen waren, dubbel zo hard werd uitgesproken, want dan zouden wij het wel begrijpen. Het enige dat wij begrepen was, dat in Lyabi-Hauz (wij dachten eerst het aan het gelijknamige pand, later bleek het een stuk van de oude binnenstad te zijn) wel contante dollars met uitsluitend een Visacard op te nemen zou zijn.

De manager van ons hotel hoorde heel begrijpend ons hele verhaal aan, hief zijn beide armen deels ten hemel en riep uit: “Welcome to Uzbekistan!”. We kregen er wel een warm gevoel bij, maar dat vertaalde zich nog niet in keiharde dollars. “Jullie moeten je niet uit het veld laten slaan, gewoon vasthouden en niet weggaan, een wat grote mond opzetten als dat nodig is, enzovoort….” Alles wel wat tegen onze gedragscode in, maar als we ons moeten aanpassen, dan doen wij dat, zeker nu.

Met deze goede raad gingen wij erop uit. Eerst naar het Asia Hotel, dat volgens de manager in het souterrain een dependance van de National Bank of Uzbekistan zou herbergen. Dat klopte inderdaad: weer twee zich stierlijk vervelende dames, maar ook nu geen contante dollars. Nu lieten wij ons niet uit het veld staan en vroegen naar de manager, die vertelde dat sinds ultimo januari een wet van kracht was, dat er geen contante dollars opgenomen mochten worden. (Uiteraard om het zwarte circuit stil te leggen, waar de koersen ongeveer dertig procent gunstiger liggen.)

Wel heeft de manager voor ons nog een telefoontje gepleegd met iemand van de hoofdvestiging van de bank (waar we al geweest waren). We konden die persoon een door hem geschreven briefje laten zien, waarmee we nu wel de contante dollars zouden kunnen ontvangen. Met het briefje, compleet met telefoonnummers van alle betrokkenen, zijn wij maar vertrokken. We zijn maar niet met het briefje bij die bank langs geweest, want waarom zouden wij nu wel dollars bij de centrale bank kunnen krijgen, wet is toch wet? Daarnaast was de tekst van het briefje ook niet helemaal je dat: “Damir (van de centrale bank) talked with Ramziya (dependance). You have to give me dollar as much as I want”. Ze zouden daar ongetwijfeld gelachen hebben.

Dan toch maar even langs het Lyabi Hotel, waar op creditcards ook voorschotten gegeven zouden worden, maar helaas. Wij waren daar geen klant, dus ook geen contante dollars. En daar sta je dan. We hebben nog wel genoeg Euro voor een bepaalde tijd, maar die zijn bedoeld als reserve voor onvoorziene omstandigheden. Zoals nu wellicht …?



Onderweg naar het hotel zien wij op straat een klapbord staan, waarop de gelddiensten van de Kapitalbank worden aangeprezen en het logo van Visacard staat. Het blijkt een bijkantoortje te zijn van een bank die, zoals wij naderhand op internet lazen, in 2013 de prijs voor meest innovatieve bank had gekregen. Van ons mag dat zeker zo zijn, want na vijf minuten stonden wij met in onze handen een stapeltje dollars, genoeg voor de komende weken, weer buiten. Omdat het inmiddels biertijd geworden was, de dag is omgevlogen, hebben wij er eerst maar een pintje op genomen.

De manager van het hotel keek heel verbaasd, wist niets van de nieuwe wet (bestaat misschien ook wel helemaal niet, niets is zeker hier), maar ook niets van het bankkantoortje dat ons zojuist uit ons lijden verlost heeft. Toen wij zeiden “This is Uzbekistan, isn’t it?” trok wel een spontaan een glimlach over zijn gezicht.

Misschien kwam die glimlach wel omdat hij nu wist, dat hij in dollars betaald zou worden. Honderd dollar is 270.000 Sum. Het grootste briefje (zeg maar brief, want ons vijftig Eurobiljet is nog kleiner) is 1000 Sum. Aan het hotel tweehonderd dollar betalen betekent gewoon 540 biljetten, terwijl 270 biljetten samengeperst, al een pakket met een dikte is van vier centimeter. Hieronder een fotootje met daarop 270.000 Sum (honderd dollar). Je zou toch je rekening (bij Frans bijvoorbeeld) op laten lopen?!




routelink                               http://goo.gl/maps/Qmm1S

standplaats                           Buchara

route kilometers                       0                       totaal                   6120

extra kilometers                       0                       totaal                     561

hoogtemeters                           0                      totaal                 31038



02-04-2014 – verwend worden in de kamer van Sherazade

Om zeven uur stonden wij voor de gesloten deur van de hotelbar, terwijl daar tot een uur of tien het ontbijt geserveerd zou worden.  Tenminste, dat hadden wij die nacht begrepen. Nu werd stellig ontkend, dat er in dat hotel van een ontbijt sprake zou kunnen zijn.

Wij zijn toen maar naar het station gegaan, waar we ieder twee worsten-broodjes naar binnen hebben weten te werken, weggespoeld met een paar slokken koffie, met melk en, wel goed bedoeld, veel suiker onderin het kopje.

Op het moment dat wij de stationsrestauratie uit liepen, kwamen de eerste regendruppels al naar beneden, wat een voorteken bleek te zijn van hevige regen. Stoppen was er niet bij, want de grens ligt zo’n veertig kilometer verderop. Daar moesten wij voor de middagsluiting zijn, wilden wij nog kans maken om op tijd (=voor donker) bij de eerste slaapmogelijkheid in Olot aan te komen. Toen na twee uur de regen ophield, zagen we dat het niet alleen nattigheid was, dat van de straat opspatte en door vrachtwagens over ons heen gespoten werd. De modder dreef van onze fietstassen af, plakte aan onze kleding, zat in ons haar en kleefde aan onze brillenglazen. Nu maar hopen, dat wij onze fietstassen aan de grens niet door een scanner heen hoeven te halen, want dat zal een rommel geven!



De scanner stond er wel, maar werd niet gebruikt. Misschien omdat het buiten te koud was, moesten we de fietsen compleet met bagage naar binnen rijden om ze daar aan een nader onderzoek te laten onderwerpen. De beambten hoefden waarschijnlijk de boel niet zelf schoon te houden, want het deerde hen in het geheel niet dat onze fietsen op de marmeren vloer een donkerbruin spoor achterlieten en onze tassen op de onder-zoekstafel keurig lieten zien waar de hadden gestaan.

Of de jongeman achter de tafel teveel naar James Bond had gekeken, weten wij niet. Hij was compleet geobsedeerd door het opvouwbare parapluutje, dat uit een van de tassen tevoorschijn kwam. Hij pakte het beet, keek er even in, legde het weer neer, keek er nogmaals naar, kneep er even heel voorzichtig in en vroeg toen iets aan een oudere collega, die hem ongetwijfeld duidelijk maakte, dat het om een gewoon regen-schermpje ging. Of hij een rood hoofd kreeg, hebben wij jammer genoeg niet meer kunnen zien. Voordat hij zich omkeerde, gebaarde hij nog wel even dat wij alles moesten inpakken en konden opkrassen.

De scan aan de Oezbeekse zijde van de grens deed het wel, maar de rij die ervoor stond om dat apparaat te gebruiken, werd pas kleiner toen men in de gaten kreeg, dat de lunchtijd genaderd was. De diverse door ons ingevulde briefjes werden hier en daar nog even snel aangepast en afgestempeld. Na daarna nog een keer of drie, her en der ons paspoort te hebben laten zien, zwaaide een groot ijzeren hek open, dat achter ons gedurende het middaguurtje hermetisch afgesloten zou blijven.

Alleen met behulp van de plaatselijke bevolking hebben wij het hotelletje weten te vinden, een klein en oud sovjet-complex, met in de tuin als toilet een hok met een gat in de houten vloer. Een gemeenschappelijke keuken op de begane grond en een badkamer op de eerste verdieping maakten het enigszins vervallen geheel compleet. Wel zagen wij, dat men hun best deed om het wat op te knappen. Van sommige kamers waren deuren en kozijnen al vervangen en op de bedden lagen nieuwe lakens en dekens.



Het plaatsje deed wel gezellig aan en we hoopten stiekem, dat de opgegeven regen voor morgen zou doorgaan, want dan werd de rit naar Buchara met een dag uitgesteld. Het heeft echter niet mogen baten. Vanochtend was het wel niet echt helder, maar regenen deed het niet.

Daarom zijn wij over een bonkige weg zojuist in Buchara aanbeland, een mooie plaats waar de hotelier uit een aantal kamers met spannende exotische namen, ons die van Sherazade toewees. Met de uitrusting van de badkamer van het afgelopen adres nog in ons achterhoofd, zou dit je heerlijk laten verwennen betekenen.




Het ontbijt kregen wij in de originele zeventiende eeuwse ontvangstkamer van in oorsprong een doorsnee koopmanshuis.






routelink                               http://goo.gl/maps/Qmm1S

standplaats                          Buchara

route kilometers                   144                        totaal                   6120

extra kilometers                       0                        totaal                     561

hoogtemeters                       260                        totaal                 31038

  

 

                                                   "in oosterse sferen"

een bonte verzameling indrukken