28-10-2014 – het is heel onrustig slapen op zeer grote hoogte!  

Het is tien uur in de avond en we hebben moeite om in slaap te komen. Het “onderkomen” is net als gisteren heel basic. Buiten vriest het dat het kraakt en de wind laat goed van zich horen. We zijn blij dat we met z’n vijven op één kamertje slapen, omdat het dan warmer is. Een kachel of iets dergelijks om ons aan te warmen, is er niet.

In de gelagkamer hier kwam de warmte uitsluitend van een groot fornuis, waarin regelmatig gedroogde yak-vlaaien en dito schapenkeutels werden gegooid.

Wijzelf hebben onze slaapzakken uitgerold. De anderen proberen te slapen met de kleren aan onder een dikke stapel groezelige dekens. De tempera- tuur is ook overdag onder nul. Het is de zon die het aangenaam maakt en die heeft zich de afgelopen dagen gelukkig heel goed laten gelden. 

We liggen op vijfduizend meter hoogte, tweehonderd meter lager dan het Mount Everest Bases Camp, dat we vandaag hebben bezocht. Als je stil blijft liggen, heb je je adem redelijk onder controle, maar alleen al met jezelf omdraaien, gaat dat voor even weer teniet.

Om hier te komen, hebben we veel moeten rijden over ongeplaveide wegen, maar eerst moesten gisteren in Shigatse nieuwe/aanvullende permits geregeld worden, waardoor wij pas even voor twaalf uur konden vertrekken. Het zijn wel twee heel mooie dagen geweest, rijdend door de poort naar de Himalaya,


klimmend over erg hoge passen waar de snijdende wind de gebedsvlaggen strak zet en zijn lusten op gebedsmolens botviert,




en kruipend over mooie hoogvlaktes met veel schitterend gekleurde ver- gezichten, waar steeds vaker de Mount Everest in het beeld komt


en bij zonsondergang zich vanuit de verte misschien wel van zijn mooiste kant laat zien.




Vanochtend hebben wij ons met het busje een stuk voor bij Base Camp af laten zetten, anderen kozen ervoor om zowel heen als terug naar het dorpje te lopen, maar hebben aan het eind van de dag wel toegegeven, dat het lopen op deze hoogte wel mooi, maar heel zwaar was.

 


Als je de laatste meters maakt, dan sta je na een dorpje opeens oog in oog met de Mount Everest, die nog drieduizendzeshonderd meter boven je uit rijst, terwijl je zelf al op vijfduizendtweehonderd meter staat. Het zijn grootheden, die hier nauwelijks kunt bevatten en je gewoon de mond snoeren.



Na een fotootje van het gedenkplaatje en een kiekje voor het nageslacht, zien wij, voordat wij naar beneden vertrekken, een hoop rotzooi dat hier is weggegooid, maar inmiddels is verzameld.


Wat opvalt, is dat ook daartussen ook spuitbussen te vinden zijn, dezelfde die wij onderweg naar boven ook al zagen liggen. Het zijn spuitflessen met zuurstof, die opgebruikt zijn! We zijn benieuwd hoe de vervuiling na Base Camp 1 zal zijn.

Als wij naar beneden lopen, zien we toch een minimaal een even zo mooie omgeving als toen wij naar boven gingen.







De tijd is omgevlogen, want morgen is het alweer zover. Dan gaan we over een paar mooie passen naar Zhangmu, waar als het goed is, onze fietsen staan waarmee wij de grens met Nepal zullen overgaan, waar het een stuk warmer zal zijn dan de vrieskou die nu in deze kamer heerst.

routelink                               http://goo.gl/maps/4JR7L

standplaats                           Mount Everest Base Camp

route kilometers                        0                      totaal                   9425

extra kilometers                        0                      totaal                   1182

hoogtemeters                           0                       totaal                 52688



26-10-2014 – heel stiekem in een dorpje op “buttermilk-visite”

Waar we niet omheen kunnen, is de voor ons nadrukkelijke aanwezigheid in Lhasa van politie. Vanaf de daken, de hoeken van de straat, noem maar op, vanaf overal wordt je bespiedt en zo vlug je weer wat “belang-rijks” nadert, moet je weer door een scan heen lopen en je tassen op de lopende band zetten.

Blijf je met z’n allen ergens op straat wat langer staan, dan wordt je voorzichtig, doch dringend gemaand door te lopen.Het toegangskaartje voor het Potala Palace stond zelfs op naam en je mocht pas naar binnen na het zien van je paspoort en alweer een volledige scan.

 

 

Gisteren stond het bezoek aan een tweetal kloosters op het programma. Het eerste was het Drepung, waar schilderachtige straatjes en steegjes het knusse geheel vervolmaakten, maar waar we ook ruïnes zagen als stille getuigen van Culturele Revolutie.    









Kloosters en tempels hebben regelmatig onderhoud nodig. Vele handen maken hier licht vrouwenwerk.




Het tweede, het Sera was een welkome afwisseling op de kloosters, die we al bezocht hadden, omdat we nu in dat klooster debatterende monniken konden aanschouwen, maar niets meer dan dat.






Een specialiteit van dit klooster is het maken van zand mozaïeken. Met het maken daarvan zijn een paar monniken twee weken bezig. De levensduur loopt uiteen van een dag tot een jaar, afhankelijk van het soort afbeelding dat gemaakt is.

 



Vandaag vertrokken wij naar naar Shigatse. In tegenstelling tot de afge- lopen zonnige dagen, is het vandaag nevelig en gewoon koud. Af en toe dwarrelen kleine vlokken sneeuw naar beneden. Als we de stad uitrijden, is de eerste controle al een feit. De chauffeur krijgt een gestempeld briefje mee, waarop handgeschreven de tijd blijkt te staan, waarna we bij de volgende controle worden verwacht. Heel eenvoudig: kom je eerder, dan heb je te hard gereden … enzovoort.

Vanochtend staat een bezoek aan de heilige rivier op het programma. De nevel doet omtrekken vervagen en geeft de omgeving een wat sinister uiterlijk, wat heel goed bij de bestemming van de rivier past, het hierin achterlaten van de doden.

 


Als het weer langzaamaan opklaart en de zon weer doet alsof hij niet is weg geweest, komen we bij het Yamdrok aan, dat op vierduizendvijf- honderd meter ligt en een wel heel bijzondere vorm heeft.






   

Iedereen van ons vindt kloosters best wel interessant en heeft er veel bewondering voor, dat zoveel mogelijk weer in de oude luister wordt hersteld, van wat tijdens de Culturele Revolutie werd vernietigd. Maar om vanmiddag volgens programma nòg een klooster te bezoeken, vonden wij toch wel wat teveel van het goede en we hebben dat dan ook aan Tashi kenbaar gemaakt.


Hoewel het officieel niet mag (geen toeristen in contact brengen met de lokale bevolking), opperde Tashi in plaats daarvan toch een bezoekje te brengen aan een klein arme dorpje.

Van het geld dat werd uitgespaard met het niet bezoeken van het klooster, werd een baal rijst en een jerrycan plantaardige olie gekocht om die in het dorpje achter te laten.

We werden verwelkomt door een gastvrije kleurrijke bevolking. Man of vrouw, iedereen draagt sierraden en probeert er op z’n voordeligst uit te zien. En de kinderen? …. die zijn gewoon kind, heerlijk smoezelig en hebben mooie stralende ogen.





 

Op het moment dat wij wilden vertrekken, werden wij door de man hier- onder nog even uitgenodigd om bij hem binnen jakboter thee te komen drinken, iets wat wij natuurlijk niet konden afslaan.





Doordat het bezoek aan het dorpje wat uitgelopen was, zette de chauffeur er wat meer de vaart in. De tijd die op het snelheidsbonnetje stond, was immers toch al verstreken. Hij was alleen vergeten, dat Tibet ook enkele camera’s heeft.

Op een plek waar veertig gereden mocht worden, reed de man vierenzestig kilometer. Dat betekende een boete van duizend Yuan (een gemiddeld gezin komt rond met tweeduizend Yuan per maand) en een verlies van zeventig punten van de honderd die men hier op het rijbewijs heeft. Maar zestig procent te hard vond men een doodzonde, dus men ging hier en daar toch maar navragen wat te doen. Men dacht er al aan om ons naar het volgende dorp te laten gaan om daar van chauffeur te  wisselen.

Duidelijk aangeslagen belde de chauffeur een bekende op, deed zijn relaas en keek meteen al wat minder bedenkelijk dan voor het gesprek. Een half uur daarna mochten we plotseling vertrekken. Gelukkig maar, want alles bij elkaar waren wij meer dan een uur kwijt geraakt. Toen wij ons echt afvroegen waarom de chauffeur toen deed alsof er niets aan de hand was, bleek hij te zijn geholpen door de man die hij had gebeld: geen enkele Yuan boete, geen enkele rijbewijspunt verlies, gewoon niets, alsof er in het geheel niets gebeurd was. Dus zelfs in Check-istan is dat allemaal gewoon mogelijk … !   


routelink                               http://goo.gl/maps/tnkVI

standplaats                           Shigatse

route kilometers                       0                      totaal                   9425

extra kilometers                       0                      totaal                   1182

hoogtemeters                           0                      totaal                 52688



24-10-2014 – "vrij" fietsend door een heel betoverend Lhasa

De politie en/of het leger laat hier niets aan het toeval over. Het station, dat nog niet zo lang geleden is gebouwd, ligt volkomen geïsoleerd, een aardig eind buiten de stad. Op deze wijze zijn de bewegingen heel goed te controleren. Het uiterst brede perron doet daar nog een schepje bovenop. Het grote aantal personeel en mensen met ander uniform, leiden je zacht dringend, maar heel bewust naar de uitgang, waar een heel groot afgezet plein zich openbaart. Even stil staan en rondkijken is er niet bij. Op deze manier kom je aan foto’s maken niet toe. We denken dan ook dat je dat op deze plek gewoon uit je hoofd moet laten.

Iets onbeheerd laten staan roept wantrouwen op. Juist dat laatste is ons geluk geweest. Eigenlijk zouden we zoals iedereen, voor de gebruikelijke controle gewoon een groot wit gebouw moeten ingaan en ons moeten aan- sluiten bij de paar honderd mensen die zojuist de trein hebben verlaten. Maar dan zouden er onbeheerd twee verdachte objecten op het plein staan.

Een redelijk jonge politieagent begreep dat heel goed, nam onze permits en paspoorten in, verdween in het witte gebouw, gaf ons even later de paspoorten terug en …. we mochten als eersten het plein af om op zoek te gaan naar onze gids, die verderop ons met twee witte '"Tibetaanse" shawls verwelkomde. Tashi bleek hij te heten, een jonge energieke, maar vooral interessante man, afkomstig vanuit het lagere Oostelijk Tibet, waar de bomen wel willen groeien en waar het dan ook een heel stuk groener is.

De redelijk spectaculaire treinreis is heel voorspoedig verlopen. In het eerste gedeelte klimt de trein naar een immense vlakte op ongeveer drie- duizend meter hoogte. Daarna hoor je om je heen het gesuis van de zuurstof die de wagons wordt ingespoten als de trein naar een hoogte van ruim vijfduizend meter stijgt. Na deze hoge pas daalt het gevaarte een paar honderd meter af om vervolgens bijna tot aan Lhasa op die hoog- vlakte te verblijven. Door de lage druk voelt het wat licht in je hoofd, hoor je wat ingedeukte plastic flessen krakend hun volwaardige vorm terug- krijgen en staan zakjes Nescafé gewoon op barsten.





 

Onze mede-coupégenoten, een Duitse vrouw met haar redelijk verkouden zoon, zullen we ongetwijfeld hier nog vaker tegenkomen. De wereld is immers klein. We hopen alleen niet in dezelfde houding.


Lhasa ligt op een ruim drieduizendzeshonderd meter hoogte. Toen Tashi vroeg of wij niet naar het hotel wilden fietsen was onze eerste vraag wel of wij niet veel hoefden te klimmen, maar dat was niet het geval, zodat wij even later met veel plezier weer een hoofdstad aan ons fietslijstje konden toevoegen, waarop vreemd genoeg, Amsterdam nog steeds ontbreekt.

Op het dakterras van het hotel hebben wij de eerste indrukken van de omgeving op kunnen doen en zagen in de verte het Potala Palace.


Onze groep bestaat uit tien, voornamelijk jonge en redelijk ondernemende mensen, maar werd gisteravond meteen gesplitst in twee subgroepen van vijf elk, met een eigen gids en chauffeur, waardoor het succes van slagen van de trip als het ware al gegarandeerd is. 

Vanochtend zijn wij in het Potala Palace geweest, waar helaas niet overal en binnen zeker niet, een fotootje genomen mocht worden. Zomaar een paar indrukken van het paleis, zoals de Dalai Lama dat in de zestiger jaren heeft moeten achterlaten toen China Tibet binnenviel.






Enkele zaken die ons opvielen waren de gordijnen van jak haar, dat de eigenschap heeft in de zomer dunner te worden, waardoor het gordijn ventileert. In de winter wordt het haar dikker en sluit het gordijn volledig af. 



Voor de liggende roodbruine balken in de muren, zijn als bouwmateriaal dunne takken gebruikt, dat in de bergen wordt gevonden en een levens- duur van meer dan duizend jaar kan hebben.


Vanmiddag stond het Jokhang tempel op het lijstje.


 

 

 

 

 

 

En China zou China niet zijn, als zelfs in een tempel geen politie aanwezig was 

 

Terloops hoorden wij, dat afscheid van de doden hier zeer gevarieerd is. Kleine kinderen tot ongeveer een meter lang, worden begraven. De resten van mensen die aan een ziekte zijn overleden worden verbrand.

Degenen die hier niet aan voldoen krijgen als zij daarvoor kiezen een “luchtbegrafenis”, waarbij de stoffelijke resten op gewijde plekken in de bergen voor de gieren worden gelegd. Toeristen worden bij dergelijke ceremoniën absoluut niet toegelaten.

Mensen die niet voor dit zeer hoogstaand afscheid hun keuze hebben gemaakt, worden (verzwaard) in de heilige rivier gegooid.

Voor geïnteresseerden: zoek op YouTube naar “Tibetan sky buriel”, dan kun je zien wat een “luchtbegrafenis” zoal inhoudt, iets waarmee wij te Jazd in Iran, bij de Towers of Silence ook al mee werden geconfronteerd, toen wij daar op zoek gingen naar sporen van het Zoroastrisme.   

 

routelink                               http://goo.gl/maps/JMVa6

standplaats                           Lhasa

route kilometers                       0                      totaal                   9425

extra kilometers                       8                      totaal                   1182

hoogtemeters                           0                      totaal                 52688


 

                                                   "in oosterse sferen"

een bonte verzameling indrukken