31-03-2014 – veel schrijfwerk,  wat stempels en een schaartje

Aanvankelijk waren we gisteren van plan om Merv, een oude stad een stuk verderop, te bezoeken. Maar ons bezoek aan het station om treinkaartjes voor de trein naar Turkmenabat te bemachtigen liep wat uit. Aan de andere kant hadden de honderdtachtig kilometers over het verschrikkelijk slechte wegdek om in Mary te komen, ook hun tol gevergd. We hadden gisteren gewoon geen zin meer om nog zo’n zestig kilometer over dezelfde wegbedekking te hobbelen.

Na heel wat gebarentaal hadden wij wel begrepen, dat de trein vanuit Mary naar Turkmenabat inmiddels was opgedoekt. De enige trein die wij konden nemen, was de trein vanuit Ashgabat naar zelfde eindbestemming, die aan het eind van de dag in Mary een tussenstop van twintig minuten maakt.

Het duurde wat langer voordat wij begrepen, dat wij niet gisteren maar pas vandaag vanaf twee uur in de middag de kaartjes daarvoor konden kopen. Fietsen mee in de trein zou ook geen probleem zijn, maar moeten apart worden afgerekend. Maar let wel: wie eerst komt, eerst maalt.

Dat laatste hadden wij heel goed in de oren geknoopt en stonden daarom een uur eerder al in de hal van het voor hun moderne station, waar de tand des tijds zijn sporen toch al nagelaten had. Van de twee toiletten had er een zijn deur al moeten sluiten. Achter de deur van het afgesloten winkeltje zagen de producten hun houdbaarheidsdatum heel langzaam verstrijken en van het gewezen “bankkantoortje” hing deurtje van het loket half uit zijn scharnieren en stond de kluis open. Het vertrektijdenbord werd met de hand bijgehouden. De treinen die waren opgedoekt, stonden nog wel aangemeld, maar hadden met een blanco groene regel de tijd der eeuwigheid meegekregen.



En toen kwam het grote moment. Het gordijntje achter het loketje ging open. En daar zat ze dan, een forse, maar vooral zeer stevige Russin, die met haar lichaamstaal al wist aan te geven, dat je met haar geen woorden moest krijgen. We namen dan ons ook voor ons uiterste best te doen om zeer elegant tegen haar te zijn, wat merkbaar goed werkte (een ruwe bolster met een zachte pit). Voordat ze inhoudelijk op onze vragen inging, stalde ze eerst haar wapenuitrusting uit: een ietwat afgekloven pen, een groot aantal stempels met een kussen en uiteindelijk een klein maar vlijm-scherp schaartje.  

Weer keek ze ons aan, haalde smalle twee stroken papier uit haar la. Het leek erop dat deze stroken symmetrisch waren, hetgeen naderhand ook klopte, want alles wat ze links schreef en veelvuldig stempelde, dat deed ze rechts ook. Daarna legde ze beide formulieren precies op elkaar en nam toen het schaartje, dat in haar wat grove handen nog veel kleiner leek, dan het in werkelijkheid was.

Toen keek ze heel even op, gelukkig niet naar ons, maar net zoals een juffrouw ernstig over een kleuterklas heenkijkt, en begon heel sierlijk en volgens een waarschijnlijk vastgelegd patroon door de biljetten heen te knippen. We beten op onze lippen om niet in lachen uit te barsten, want dan konden wij onze treinkaartjes wel vergeten. Daarna werden de vier helften heel zorgvuldig op elkaar gelegd en onder een perforator geplaatst, die met gaatjes de datum van vandaag in de kaartjes ponste. Daarna kregen wij alleen maar de twee rechterhelften. De andere twee verdwenen op een stapel, ongetwijfeld voor haar administratie en verdere controle (door wie dan ook).

Alsof het de gewoonste wereld was (dat was het natuurlijk wel voor háár) inde zij het geld en riep de volgende, die aan de beurt was. Toen wij even later de kaartjes aan een nader onderzoek onderworpen, begrepen wij waarom zij zo precies en volgens een stramien knipte. Ze pakte eerst het cijfer 3, toen het cijfer 20 en eindigde vervolgens met het cijfer 5. Het is precies het bedrag dat handgeschreven op het kaartje staat en wat wij daarvoor moesten betalen: 3,25 Manat (is nog geen hele Euro voor een treinritje van enkele uren).





Na een ommetje door de buurt te hebben gelopen en bij een straatkraam een paar vleespasteitjes naar binnen te hebben gewerkt, moesten wij bij de bagagewagon voor onze fietsen veertig Manat betalen. In verhouding met het personenkaartje een hoop geld, maar voor bagagevervoer is niets geregeld, dus ook het toezicht daarop en de prijzen niet. We moesten wel even de wagon in klimmen om in een hoekje het verschuldigde te betalen. Voor zo’n prijs gingen wij er wel vanuit, dat goed op onze zaken gepast werd. Daarnet bij aankomst bleek, dat de goede man dat laatste begrepen had. Alles stond er nog en er ontbrak helemaal niets aan.

Het is nu inmiddels middernacht en we zijn net in Turkmenabat aange-komen. De treinreis duurde helaas zes in plaats van vier uur. Even hebben we gedacht om in de stationshal wat te gaan slapen, maar hebben er toch voor gekozen om dat een paar uurtjes in het hotel daar tegenover te doen. Morgen moeten wij dit land verlaten hebben en daarna in Oezbekistan tachtig kilometer verderop (in Olot) een slaapplaatsje weten te vinden. Kamperen is er in dat land niet bij. Je mag alleen in daartoe aangewezen hotels verblijven en daarvan bij vertrek de registratiebonnetjes aan de douane overhandigen.


routelink                               http://goo.gl/maps/ajYKC

standplaats                          Turkmenabat

route kilometers                       0                        totaal                   5976

extra kilometers                     18                        totaal                     561

hoogtemeters                          0                         totaal                 30778



29-03-2014 – Turkmenistan – Noord-Korea van Centraal Azië

In Iran hoorden wij, dat Turkmenistan daar het Noord-Korea van Centraal Azië wordt genoemd, dit om redenen waarnaar je niet hoeft te gissen. Er wonen nog geen vijf miljoen inwoners in een land, dat twaalf keer groter is dan Nederland. De (leger-) politie is alom vertegenwoordigd maar laten ons (behoudens een kwartier durende controle dertig kilometer na de grens) tot nu toe met rust.

We zijn nu in Mary aanbeland. Gezien de brede boulevards, imposante gebouwen en legio standbeelden van voornamelijk de president, wanen we ons in een metropool van een paar miljoen inwoners. Deze stad telt echter nog geen honderddertigduizend zielen.




Maar zoals altijd hebben ook deze beelden een keerzijde.



Het was koud, maar wel droog toen wij uit Sarakhs vertrokken om aan de grens de formaliteiten ver ons heen te laten gaan. Aan de Iraanse zijde had men anderhalf uur nodig om het “uit-“stempeltje te plaatsen, maar dat kwam waarschijnlijk ook doordat de dame van de douane drie kwartier op zich liet wachten. Na het openmaken van twee tassen en haar nonchalante blik over de rest van onze schamele bezittingen, mochten wij naar de stempelaar doorlopen, die bij zijn paraaf nog een andere nodig had. En juist die iemand zat aan de thee of zoiets. Het was dan ook half tien toen wij naar de andere grenspost mochten vertrekken.

Vroeger werd je over die paar kilometer niemandsland met een busje vervoerd (waar je natuurlijk in keiharde dollars voor moest betalen, evenals voor het stempeltje dat we even daarvoor hebben gekregen). Nu mochten wij deze afstand (heel voordelig) per fiets afleggen.

De formaliteiten aan de zijde van Turkmenistan waren niet veelvuldiger, maar duurden wel een stuk langer omdat men voor het bevrijdende stempeltje niet meteen telefonische goedkeuring kreeg. Toen dat uiteindelijk wel het geval was, mochten al onze spullen nog even door de scanner. Na een hoop gebliep en gepiep mochten wij met ons paspoort naar het laatste stempelkussentje lopen. Al met al heeft men aan beide zijden van de grens in totaal vier uur bezig weten te houden, wat Nederlandse begrippen best wel knap is.

Daarna begint om even over twaalven een ander gevecht. Het is het knokken om over de weg naar Mary te komen. Het wegdek bestaat vaak alleen in de compleet uitgeklede betekenis van het woord en hier en daar zijn de overige voorzieningen zoals bruggen, ook wat aan stevig onder- houd toe.




Als we heel even niet onze aandacht bij de weg nodig hadden, zagen we wel dat het landschap waardoor we voort hobbelden, af en toe heel mooi was.




Het is voor ons nog een raadsel, dat wij gisteren nog negentig kilometer hebben afgelegd, maar misschien had dat ook te maken met het feit, dat eerder langs de weg geen enkel plekje om te slapen te vinden was.

Vanochtend hebben wij ons tentje nat moeten inpakken omdat de zon zich achter het wolkendek schuil hield om daarna eerst na twaalf uur tevoor- schijn te komen. Het eerste (buurt-/truckers) winkeltje dat wij hier tegen- kwamen deed ons goed. Het assortiment blijkt hier ruimer en minder eenzijdig te zijn dan in Iran, waardoor we wat eten betreft, meer kunnen variëren.


routelink                             http://goo.gl/maps/IvA1f

standplaats                         Mary

route kilometers                  183                         totaal                   5976

extra kilometers                     0                          totaal                     543

hoogtemeters                      207                         totaal                 30778

 

                                                   "in oosterse sferen"

een bonte verzameling indrukken